Voordelige Arbeidsongeschiktheidsverzekering voor Fysiek zware beroepen tot 67,3 jaar

29-10-2018

Nieuw bij Hakze Verzekeringen, een echt betaalbare AOV voor ondernemers met een fysiek zwaar beroep en een eindleeftijd van 67,3 jaar!

In het kort:

• Een betaalbare AOV voor ondernemers met een (fysiek) zwaar beroep
• Gericht op het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en duurzame  inzetbaarheid van de ondernemer
• Uitgebreide begeleiding door onze arbeidsdeskundigen:
• 1 x per drie jaar een persoonlijk gesprek
• Inzicht in gezondheid en ondernemerscapaciteiten
• Deskundige hulp en advies bij om- en bijscholing
• Bij arbeidsongeschiktheid
• 5-jaars uitkering bij arbeidsongeschiktheid in het eigen beroep. De uitkering wordt langzaam afgebouwd.
• Een langlopende uitkering tot AOW-leeftijd (67 jaar en 3 maanden) als je echt niet meer kan werken, en niet meer in staat bent het minimum  loon te verdienen, ook niet in een ander beroep of in een andere functie.

Ondernemers werken door waar anderen stoppen. Ook als je een zwaar beroep hebt. Tot je 67e. Maar hoe dan? Want soms lukt het gewoon niet meer, al dat zware werk. En dan word je arbeidsongeschikt. Als ondernemer met een zwaar beroep sta je soms met je rug tegen de muur. Je moet
langer doorwerken, maar in jouw beroep is dat helemaal niet zo goed mogelijk. Want jouw werk is zo zwaar dat het lastig wordt om tot je 67e door te gaan met werken. De Langer Mee AOV biedt uitkomst.

De premie van de Langer Mee AOV ligt doorgaans tussen €100- €300 per maand.

Voor meer informatie zie bijgaande link: Langer mee AOV  of zie de video: Video Langer Mee AOV

Voor een advies op maat, neem dan contact op met Hakze Verzekeringen!

Hoe verder na een Ernstige ziekte of ongeval?

19-04-2017

 

Een Ernstige ziekte of ongeval. Het zal je maar gebeuren.

 

Een Ernstige gebeurtenis kan iedereen overkomen.  Hoe ziet het leven eruit als je blijvend letsel overhoudt aan een ongeval of geconfronteerd wordt met een hartaanval of kanker? Is je gezin in staat om de gevolgen van overlijden door een ongeval financieel op te vangen? Vaak niet. Daarom is er de Ernstige ziekte en ongeval polis.

Maar weinig Nederlanders hebben voldoende maatregelen genomen om zichzelf en hun gezin tegen de financiële gevolgen van ernstige gebeurtenissen te beschermen. Dit is vooral bij zelfstandig ondernemers het geval. Ondernemers kunnen niet terugvallen op regelingen van een werkgever of overheid. Kijk in onderstaand filmpje hoe het echt zit: https://youtu.be/VlMOVIdbuNA

De TAF Ernstige ziekte en Ongeval Polis biedt een ruime financiële tegemoetkoming bij een hartaanval, hersenbloeding of kanker, bij blijvende invaliditeit als gevolg van een ongeval en bij overlijden als gevolg van een ongeval. Zie ook bijgaande Verzekeringskaart .

De voordelen van de Ernstige ziekte en ongeval polis zijn:

-Keuze uit drie dekkingen met een modulaire opbouw. Je kunt er voor kiezen om slechts één van de drie dekkingen te verzekeren, of twee, of alle drie.

-Als je kiest voor de dekking ernstige ziekte in combinatie met de dekking voor blijvende invaliditeit en/of de dekking voor overlijden, ontvang je een korting van 15% op de premie voor de dekking ernstige ziekte.

-Ruime verzekerde bedragen om uit te kiezen. Voor de dekking ernstige ziekte is dat maximaal €25000. Voor de dekking blijvende invaliditeit is dat maximaal €400.000. Voor de dekking overlijden is dat maximaal €200.000.  Je kunt het verzekerde bedrag jaarlijks verhogen of verlagen. En je kunt er elk jaar voor kiezen om een dekking uit uw verzekering te verwijderen of toe te voegen.

-Een dagvergoeding voor ziekenhuisopname of thuisherstel in de dekking voor ernstige ziekte. De dagvergoeding bedraagt tussen € 25,- en € 125,-, afhankelijk van het verzekerd bedrag dat je kiest voor de dekking ernstige ziekte.

-je hoeft geen gezondheidsverklaring in te vullen of medische keuring te ondergaan.

-Zeer betaalbare premie. Voor de dekking overlijden na een ongeval is de premie €0,30 per €1000 verzekerd bedrag per jaar. Voor de dekking blijvende invaliditeit na een ongeval  is de premie €0,55 per € 1000 verzekerd bedrag per jaar. De premie voor de dekking ernstige ziekte is afhankelijk van het gekozen verzekerde bedrag en de leeftijd op de ingangsdatum van de verzekering.

 

Laat je niet langer verrassen door een ernstige gebeurtenis. Neem voor de Ernstige Ziekte en ongeval Polis contact op met Hakze Verzekeringen.

Cybercrime, AVG en Privacy. Wat nu?

15-10-2018

Nagenoeg alle bedrijven , organisaties en instellingen zijn volledig afhankelijk van computersystemen ,  ICT-systemen en Internet. We werken massaal digitaal en de digitale risico’s die daarbij horen zijn erg dynamisch en complex geworden. Staat u nog voldoende stil bij onderwerpen als: Cybercrime,  AVG en Privacy?

Cybercrime

Cybercriminaliteit is de snelst groeiende misdaadvorm van de laatste jaren. Steeds meer bedrijven ondernemen online activiteiten en het ‘internet of things’ leidt ertoe dat vrijwel alle apparaten verbonden zijn met internet. Hierdoor wordt de kans op online criminaliteit alleen maar groter. Ook de kans op verlies en diefstal van privacygevoelige gegevens neemt toe. Inbraak in systemen, verlies van bedrijfsgegevens: cybercrime vormt een fors financieel risico voor alle bedrijven. Cybercriminaliteit kost Nederlandse organisaties 10 miljard euro per jaar. Ruim 60% van ondernemend Nederland heeft ermee te maken gehad. Niet alleen grote bedrijven, ook steeds meer kleinere bedrijven worden het doelwit van cybercriminelen.

Cyberincidenten zijn de afgelopen jaren regelmatig in het nieuws geweest: gestolen wachtwoorden, gehackte accounts en DDoS-aanvallen op websites. Dergelijke incidenten hebben vaak financiële schade tot gevolg. Meer info is te zien/lezen op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/cybercrime

Een cyberrisico heeft specifiek betrekking op het financiële nadeel dat een onderneming oploopt door of via computer- en/of ICT-systemen, zonder dat er sprake is van materiële schade. De drie voornaamste manieren waarop cyberrisico’s ontstaan zijn door een moedwillige aanval van buitenaf, een menselijke fout of door technisch falen. Deze incidenten kunnen verlies of beschadiging van data tot gevolg hebben, (on)toegankelijkheid van systemen, aansprakelijkheid, bedrijfsschade, afpersing en boetes.

Bedrijfsgegevens en persoonsgegevens kunnen in verkeerde handen terecht komen. Maak iedereen in de organisatie/onderneming bewust van de risico’s. Een goede informatiebeveiliging is erg belangrijk. Zorg dat systeem- en software-updates (patches) zo snel mogelijk na beschikbaarheid geïnstalleerd worden. Maak alleen gebruik van beveiligde draadloze netwerkverbindingen of van een vaste aansluiting. Installeer een virusscanner en een firewall. Gebruik moeilijk te raden wachtwoorden en wijzig deze regelmatig. Beveilig uw website met SSL-certificaat. Een SSL-beveiligde website is te herkennen aan de s in: ‘https://’ aan het begin van de URL van een website, een slotje in de adresbalk of een groene adresbalk.

Maak regelmatig Back-ups, klik niet op elke link of e-mail. Maak een dagelijkse back-up van gegevens, Koppel externe harddisk of NAS los na het maken van een backup, Beveilig uw backup-bestanden Doe een regelmatige controle van gemaakte back-ups.
Maak medewerkers ook bewust van de cyberrisico’s waar zij mee te maken kunnen krijgen en leer ze hoe ze deze risico’s kunnen signaleren en beperken. Meer info over preventie en beveiliging is te zien/lezen op:https://veiliginternetten.nl/bescherm-je-bedrijf-tegen-cybercrime/   en  https://www.politie.nl/themas/cybercrime.html  .

Cyberverzekering

Overweeg een cyberverzekering te sluiten. Met een cyberverzekering ben je doorgaans verzekerd tegen de gevolgen van systeeminbraak, digitale aansprakelijkheid, diefstal van privacygevoelige gegevens, hacking en afpersing.

Het is natuurlijk mogelijk dat een IT-systeem uitvalt door een hack of een virus. Toch is de kans dat de oorzaak bij intern menselijk handelen ligt, veel groter.  Ook systeemupdates, verkeerde instellingen en zelfs stroomuitval kunnen leiden tot systeemuitval.
De meeste cyberverzekeringen beperken zich echter tot de vaak benoemde oorzaken, zoals virussen of hacks. Organisaties die hun IT-systemen uitbesteden aan gespecialiseerde IT bedrijven lopen extra risico. Want ook die systemen kunnen uitvallen. Tegemoetkoming voor eventuele bedrijfsschade wordt contractueel vaak afgedekt, waardoor er beperkt schade bij deze IT Bedrijven is te verhalen. De meeste cyberverzekeringen blijken te beperkt in hun reikwijdte.

Voor ‘zichtbare’ risico’s als brand, wordt een verzekering als ‘normaal’ gezien. Dit is begrijpelijk, aangezien een brand zeer impactvol kan zijn voor een onderneming. Kijkend naar de risico’s en de gevolgen van systeemuitval – wat ook een enorme impact op een onderneming heeft – is een verzekering hiervoor vaak niet zo vanzelfsprekend. IT systemen zijn bij veel organisaties immers minstens zo belangrijk en onmisbaar als fysieke gebouwen; langdurig uitval ervan kan ernstige gevolgen hebben.

De afhankelijkheid van IT-systemen is groot. Uitval ervan beïnvloedt niet alleen de medewerkers en het werkproces van de organisatie, het kan ook negatieve invloed hebben op klanten en de reputatie. Maar ook uitval bij leveranciers, andere dan IT dienstverleners, kan grote gevolgen hebben. Als een van de weinige verzekeraars in Nederland kent verzekeraar Chubb ook dekking voor de herstelkosten voor verlies van datagegevens en eigen schade/bedrijfsschade door stilvallen van activiteiten door stroomuitval, een spanningspiek of spanningsdaling, door operationele fouten, menselijke fouten of programmeerfouten. Er is ook dekking voor computersystemen die door externe dienstverleners en zakelijke partners worden beheerd, bijvoorbeeld backup, hosting of cloudhosting. Wilt u meer weten over deze verzekeringsoplossing neem dan contact met ons op!

Verwerken van gegevens /Algemene verordening gegevensverwerking(AVG)

Uw bedrijf verwerkt  al snel persoonsgegevens. Denk aan het verzamelen, vastleggen, bewerken en raadplegen van gegevens van medewerkers of klanten. U verwerkt al gegevens als u een telefoonnummer of e-mailadres van een klant opslaat.  Dit betekent dat u zich moet houden aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De nieuwe Europese privacywet geldt voor álle organisaties die persoonsgegevens verwerken. Dus ook voor kleine mkb’ers en zzp’ers die gegevens verwerken. Deze Europese wet regelt de bescherming van persoonsgegevens. Als ondernemer bent u verplicht om extra maatregelen te nemen als u gegevens over klanten, personeel of andere personen vastlegt. Bedenk dat de Autoriteit Persoonsgegevens uw bedrijf sancties kan opleggen van maximaal € 20 miljoen of 4% van uw wereldwijde omzet als u zich niet aan de privacywetgeving houdt.
Voor verwerken en bewaren van bijzondere persoonsgegeven gelden strengere regels. Bijzondere persoonsgegevens zijn Burgerservicenummers (BSN) of gegevens die iets zeggen over ras, gezondheid, politieke voorkeur, seksueel leven of godsdienst van een persoon. De verwerking van bijzondere persoonsgegevens is verboden, tenzij u zich kunt beroepen op een wettelijke uitzondering én op één van de grondslagen voor het verwerken van ‘gewone’ persoonsgegevens. Meer informatie vindt u op: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-nieuwe-europese-privacywetgeving/mag-u-persoonsgegevens-verwerken#wanneer-mag-u-bijzondere-persoonsgegevens-verwerken-6341

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) legt de verantwoordelijkheid bij u als bedrijf om aan te tonen dat u aan de privacyregels voldoet. De AVG-regels dwingen u om goed na te denken over hoe uw organisatie persoonsgegevens verwerkt en beschermt. De verantwoordingsplicht houdt in dat u moet kunnen aantonen dat uw verwerkingen aan de regels van de AVG voldoen. Dit is wettelijk verplichte wetgeving.

Verwerkingsregister
Als ondernemer laat u zien dat uw bedrijf zich aan de privacywet houdt door alle persoonsgegevens die uw bedrijf verwerkt nauwkeurig te documenteren in een verwerkingsregister. Hierin legt u vast welke persoonsgegevens uw bedrijf verzamelt, met welk doel, en voor hoelang. U mag zelf weten hoe u het register opstelt. Als de Autoriteit Persoonsgegevens daar om vraagt, moet u het register direct kunnen laten zien. Het bijhouden van een register van verwerkingsactiviteiten is onderdeel van de verantwoordingsplicht. Meer informatie over het opstellen van een register en de eisen waaraan u moet voldoen vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens: http://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving/verantwoordingsplicht

Privacy rechten
Op grond van de AVG hebben de mensen van wie u persoonsgegevens verwerkt meer en verbeterde privacy rechten. Zorg ervoor dat zij hun privacy rechten goed kunnen uitoefenen. Denk daarbij aan het recht op inzage en het recht op correctie en verwijdering. Maar houdt ook rekening met het recht op dataportabiliteit. Bij dit recht moet u ervoor zorgen dat betrokkenen hun gegevens makkelijk kunnen krijgen en vervolgens kunnen doorgeven aan een andere organisatie als ze dat willen. Ook kunnen mensen bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht indienen over de manier waarop u met hun gegevens omgaat. Een verwerkingsregister komt hierbij van pas.

Beveiliging persoonsgegevens
Bedrijven die persoonsgegevens verwerken moeten deze volgens de AVG beveiligen. U moet beveiligingsmaatregelen nemen om persoonsgegevens onbegrijpelijk of ontoegankelijk te maken voor onbevoegden, zoals het versleutelen van gegevens (encryptie) of wachtwoordbeveiliging op het document. Encryptie is het versleutelen van informatie om die te beveiligen tegen cybercriminelen. Dit gebeurt aan de hand van een moeilijke wiskundige formule (algoritme). Dit kan op verschillende manieren:
1. Alle data op een computer versleutelen
Dit kan met software van bijvoorbeeld Sophos, Eset en Kaspersky. Bij het gebruik van deze software wordt er een encryptiesleutel (key) aangemaakt, die u nodig heeft om de documenten te ontsleutelen. Windows 10 heeft een gratis ingebouwde encryptietool: BitLocker.
2. Losse bestanden versleutelen
Dit kan handig zijn als u privacygevoelige data wilt bewaren op uw computer of in een Cloud- omgeving. Dit kan onder meer met software van Veracrypt of AxCrypt.
3. Data tussen een gebruiker en website versleutelen
Ook websites maken steeds vaker gebruik van encryptie, meestal met een SSL-certificaat. Zo’n site herkent u aan ‘https://’ aan het begin van de URL van een website. Een SSL-beveiliging zorgt ervoor dat het gegevensverkeer van en naar uw website wordt versleuteld, waardoor derden niet of nauwelijks kunnen zien wat er gecommuniceerd wordt of wat een bezoeker op uw website heeft ingevuld of opgevraagd.

Verwerkersovereenkomst
U geeft andere partijen toegang tot persoonsgegevens of schakelt hen in om persoonsgegevens voor u te verwerken? Bijvoorbeeld voor het uitvoeren van uw personeels- en salarisadministratie of omdat zij voor u persoonsgegevens opslaan in de cloud. U moet dan met hen een ‘verwerkersovereenkomst’ afsluiten. Zo sluit u uit dat de andere partij de persoonsgegevens voor eigen doelen mag verwerken.  Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens vindt u meer informatie over de verwerkersovereenkomst en wat hierin moet komen te staan: http://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving/verantwoordingsplicht .
Let op: als u een externe partij gegevens voor u laat verwerken, bent u nog steeds zélf verantwoordelijk voor de naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Privacyverklaring
Het is wettelijk verplicht  om een website te voorzien van een privacyverklaring als een bedrijf of organisatie persoonsgegevens verwerkt. U moet klanten en bezoekers duidelijk informeren welke gegevens er worden verzameld op uw website en met welk doel dit gebeurt. Meestal staat zo’n verklaring op een aparte pagina die eenvoudig te vinden is voor bezoekers. Een privacyverklaring moet in elk geval het volgende vermelden:
• De naam en adresgegevens van het bedrijf
• Met welk doel gegevens worden verwerkt (denk aan adresgegevens bij een bestelling of vastleggen van IP-adressen)
• Hoe het zit met het recht op inzage en wijziging van de gegevens
Op de website www.veiliginternetten.nl staat een privacyverklaring generator die u helpt om een privacyverklaring te maken die is toegespitst op uw bedrijf.

Cookiebeleid
Maakt u gebruik van cookies op uw website? Cookies zijn kleine tekstbestanden die websites na uw bezoek plaatsen op uw computer, mobiele telefoon of tablet. De overheid heeft bepaald dat elk bedrijf dat gebruik maakt van cookies op zijn website een cookiebeleid of cookieverklaring op de website moet plaatsen. Daarin beschrijft u wat cookies zijn, welke cookies u gebruikt, voor welk doel u ze gebruikt en hoe bezoekers van uw website cookies in en uit kunnen schakelen. Bepaalde cookies mag u pas plaatsen nadat een bezoeker hier toestemming voor heeft gegeven.

Zorgen ervoor dat uw organisatie/bedrijf klaar is voor de nieuwe Europese Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG). Voor meer informatie kijk bij: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving

Meldplicht Datalekken
Sinds 1 januari 2016 geldt er meldplicht bij datalekken. Bij een datalek gaat het om toegang tot of vernietiging, wijziging of vrijkomen van persoonsgegevens bij een organisatie zonder dat dit de bedoeling is van deze organisatie. De meldplicht datalekken houdt in dat organisaties (zowel bedrijven als overheden) direct een melding moeten doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zodra zij een ernstig datalek hebben. En soms moeten zij het datalek ook melden aan de betrokkenen (de mensen van wie de persoonsgegeven zijn gelekt) . Meer informatie is te lezen/zien op: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/beveiliging/meldplicht-datalekken

 

 

Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering

Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB)

Bedrijven en instellingen kunnen aansprakelijk(contractueel, wettelijk) worden gesteld voor allerlei gebeurtenissen. Of een aansprakelijkheidsclaim succes heeft, hangt af van de wetgeving en de omstandigheden van het voorval. Voor een adequate verzekeringsdekking zijn bedrijven en instellingen aangewezen op een of meer aansprakelijkheidsverzekeringen. Een van die verzekeringen waar geen enkel bedrijf buiten kan is de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven; hierna afgekort als AVB. Een AVB biedt dekking tegen schade aan zaken en personen(bijvoorbeeld letselschade) en alle daaruit voortvloeiende gevolgschade die een verzekerd bij een derde veroorzaakt en waarvoor hij aansprakelijk is

Ieder bedrijf, groot of klein, heeft een AVB nodig. Als een klein bedrijf in het woonhuis gevestigd is van de ondernemer is een AVB nog steeds nodig.
De aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) van de ondernemer als privépersoon, biedt namelijk geen dekking; ook niet voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten.

Vormen van aansprakelijkheid:

Aansprakelijkheid voor personeel/ondergeschikten en niet-ondergeschikten
Een werkgever is aansprakelijk voor de schade die zijn werknemers/ondergeschikten veroorzaken tijdens het uitoefenen van het werk waarvoor zij zijn aangenomen. Een opdrachtgever is ook aansprakelijk voor de schade die een niet-ondergeschikte aan een ander heeft toegebracht.

Aansprakelijkheid voor schade aan personeel/ ondergeschikten
Een werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers/ondergeschikten tijdens het werk. Als werkgever bent u volgens
artikel 7:658 BW aansprakelijk voor schade die een werknemer/ondergeschikte oploopt tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden (binnen werkomgeving en werktijden). De werkgever is niet aansprakelijk als de werkgever aantoont dat die schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer/ondergeschikte of dat de werkgever heeft voldaan aan de zorgplicht. Die zorgplicht houdt in dat een werkgever moet zorgen voor een veilige werkomgeving. Een werkgever is zelfs op grond van de Arbeidsomstandighedenwet(ARBO-Wet) verplicht maatregelen te treffen zodat personeel/ondergeschikten onder veilige omstandigheden kunnen werken. Zo moet alles op de werkvloer van machines tot gereedschappen aan bepaalde eisen voldoen. Bovendien moet de werkgever er op toezien dat de veiligheidsvoorzieningen ook worden gebruikt en de veiligheidsinstructies worden nageleefd.

De Hoge Raad en verdergaande jurisprudentie heeft nu geoordeeld dat de zorgplicht van de werkgever verder gaat. De zorgplicht geldt dan ook buiten de werkomgeving en werktijden(wel werkgerelateerd ) Op grond van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) heeft een werkgever zelfs een schadevergoedingsplicht. Een werkgever dient te zorgen voor een adequate verzekering voor werknemers/ondergeschikten. Alleen een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is vaak niet een adequate verzekering. Er zijn verzekeraars die alleen dekking bieden voor de aansprakelijkheid die voortvloeit uit artikel 7:658 BW en de aansprakelijkheid van artikel 7:611 BW uitsluiten. Ook zijn er verzekeraars die geen wetsartikelen noemen. Het is dan maar de vraag of de verzekering dekking zal verlenen voor schade op grond van artikel 7:611 BW. Uitspraken van de Hoge Raad verplichten werkgevers aanvullende verzekeringen te sluiten, zoals bijvoorbeeld ongevallenverzekeringen of werknemersschadeverzekeringen.

Aansprakelijkheid voor gebouwen
Als gebreken aan gebouwen ergens schade hebben veroorzaakt, bent u als ondernemer aansprakelijk als u in gebreke bent gebleven. Dat is het geval als u het gebouw slecht heeft onderhouden of als er ergens een gebrek is in de bouw. Het maakt niet uit of u van de gebreken op de hoogte was.

Aansprakelijkheid voor producten
In het geval van productaansprakelijkheid is de producent aansprakelijk voor de schade die een product als gevolg van een gebrek heeft veroorzaakt aan een natuurlijk persoon. Het gaat dus niet om schade aanhet gebrekkige product zelf, maar om een schade die dit product heeft veroorzaakt (gevolgschade).

Aansprakelijkheid voor milieuschade
Als ondernemer bent u aansprakelijk voor de schade die uw bedrijf aan het milieu toebrengt,ook al heeft u een milieuvergunning. Ondernemer/bedrijven kunnen aansprakelijk worden gesteld voor eventuele milieuschade (verontreinigingvan bodem, lucht en water, maar ook geluids- of visuele hinder).

Wie zijn er verzekerd op een AVB?

In de polisvoorwaarden van een willekeurige AVB-verzekeraar staat daarover:

De verzekerden zijn:
1.4.1 verzekeringnemer alsmede de vennoten, firmanten, commissarissen en bestuurders, optredend binnen de verzekerde hoedanigheid.
1.4.2 ondergeschikten, huisgenoten en familieleden van verzekeringnemer ten aanzien van de
werkzaamheden die zij voor hem verrichten.
1.4.3 personeelsverenigingen, eigen pensioenfondsen en andere fondsen, instellingen en stichtingen opgericht in het kader van de verhouding tussen verzekeringnemer en zijn ondergeschikten, alsmede
de bestuurders en de ondergeschikten daarvan, handelend als zodanig.

Een ruime omschrijving, maar zeker nodig. Ondergeschikten is een ruimer begrip dan werknemers. Stagiares en ingeleend personeel vallen ook onder het begrip ondergeschikten. Het sluit naadloos aan bij de wet die ook spreekt van ondergeschikten.

De verzekerde hoedanigheid/activiteit.

De verzekerde hoedanigheid binnen de AVB staat vermeld op de polis. Het is mogelijk dat de omschrijving niet of niet volledig overeenkomt met de werkelijkheid. Het risico bestaat dan dat een eventuele schade niet in behandeling wordt genomen. Een juiste hoedanigheid op de polis is dan ook van groot belang.

Risico inloop en uitloop

Verzekeraars letten goed op claims waarbij de gemelde schade zijn oorsprong heeft uit een gebeurtenis/moment in het verleden. Bijvoorbeeld een schade op het gebied van een beroepsziekte/werkgeversaansprakelijkheid is in financieel opzicht vaak omvangrijk. Daarom wordt het cruciale moment om te bepalen of er wel of geen dekking bestaat vaak gelegd bij het moment van schademelding. De schademelding moet plaatsvinden voor de einddatum van de overeengekomen verzekeringstermijn(binnen feitelijke looptijd verzekering volgens de polis). Het inlooprisico houdt in dat de schade is ontstaan voor de ingangsdatum van de verzekering en dat de schade na de ingangsdatum van de verzekering is gemanifesteerd en gemeld bij de verzekeraar. Bij het uitlooprisico ontstaat een schade binnen de verzekeringsperiode maar openbaart de schade zich na de verzekeringsperiode. Bij uitloop is het belang een mogelijke gebeurtenis/schade tijdig te melden bij de verzekeraar(omstandighedenmelding) Bij verandering van verzekering is het dus van groot belang te letten op inloop en uitloop.

Uitzonderingen op de AVB

De AVB heeft net als iedere verzekering uitsluitingen. Onderstaand de belangrijkste uitsluitingen op een rij.

Beroepsaansprakelijkheid
Sommige bedrijven hebben niet genoeg aan een AVB voor het afdekken van aansprakelijkheidsrisico’s die de continuïteit van de onderneming bedreigen. Een AVB dekt dus alleen zaakschade en personenschade, maar geen “zuivere” vermogensschade. Zuivere vermogensschade is schade waar geen zaak- of personenschade aan voorafgegaan is. Dit wordt ook wel beroepsaansprakelijkheid genoemd. Voorbeeld:

Een notaris maakt een fout in de procedure bij de koop/verkoop van een woning; de eigendomsrechten staan ter discussie. De cliënt van de notaris leidt daardoor een aanzienlijk vermogensverlies waarvoor de notaris met succes wordt aangesproken. Deze aansprakelijkheidsclaim is zuivere vermogensschade en is niet gedekt op de AVB.

Motorrijtuigen
De aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door een motorrijtuig en/of de daarop gemonteerde werktuigen is niet gedekt. Op de uitsluiting voor motorrijtuigen kennen veel AVB’s de insluiting voor auto’s van werknemers. Voorbeeld: Een werknemer maakt een dienstreis in zijn eigen auto en hij veroorzaakt onderweg een ongeval waardoor hij aansprakelijk is. Omdat het een dienstreis is, is tegelijkertijd zijn werkgever ook aansprakelijk. Het slachtoffer kan kiezen: de (WA-verzekeraar) van de werknemer aanspreken en/of de werkgever. Door de insluiting die ook wel bekend staat als de “non-ownersliability” clausule (“niet-eigenaarsaansprakelijkheid”) is er dekking op de AVB, ondanks de uitsluiting voor motorrijtuigen.

Schade(zaak/letsel) van een ondergeschikte(medewerker) die een motorrijtuig bestuurt is altijd uitgesloten.

Schade aan geleverde zaken
Bijvoorbeeld een medewerker van een bedrijf installeert bij een klant een glazen kookplaat. Hierbij laat hij tijdens de installatie een hamer vallen waardoor de kookplaat beschadigd raakt.

Opzet
Wanneer een verzekeringsnemer/verzekerde bedrijf zelf opzet pleegt, kan de verzekeraar elke dekking ontzeggen. Opzet van de kant van een medewerker betekent echter niet dat een willekeurige derde de dupe wordt.

Opzicht
Niet gedekt is de aansprakelijkheid voor schade aan zaken die het gevolg is enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat een verzekeringsnemer/verzekerde bedrijf of iemand namens hem die zaken vervoert, huurt, gebruikt, bewerkt, behandelt, repareert of om enige andere reden “onder zich heeft”.

Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurders van rechtspersonen zijn niet met hun privé-vermogen aansprakelijk omdat zij handelen namens de B.V., N.V. of andere rechtsvorm(Vereniging,Stichting). Bestuurders kunnen echter op grond van verschillende wettelijke bepalingen(onbehoorlijk bestuur) wel persoonlijk (hoofdelijk)aansprakelijk worden gesteld voor handelingen van het bedrijf, instelling of vereniging waarvan zij bestuurder zijn. Naast de bestuurder kan de persoonlijke aansprakelijkheid ook gelden voor de feitelijke bestuurders. Dat zijn degenen die het beleid van de organisatie (mede) hebben bepaald.

Met hoeveel moet uw partner rondkomen als u zou overlijden?

Regel een goede eigen voorziening bij overlijden en voorkom een inkomensgat.

Gemiddeld worden mannen in Nederland 79 jaar en vrouwen 82,5 jaar. Helaas gaat het om het gemiddelde. Van de mensen die jaarlijks overlijden is 16% namelijk jonger dan 65 jaar. Wat betekent het voor het inkomen van uw partner als u dit zou overkomen? Kan die dan de hypotheek of huur nog betalen? Of de studie van uw kinderen? Eén ding is zeker: u kunt beter niet te veel rekenen op de overheid. Vaak is er zelfs helemaal geen recht op een uitkering. Een goede eigen voorziening is dus geen overbodige luxe.

Uitkering van de overheid?

De steun die de overheid biedt – met de Algemene nabestaandenwet (ANW) – is zeer beperkt. Vaak is er zelfs helemaal geen recht op een ANW-uitkering.
•Er is alleen een uitkering als de partner is geboren voor 1950. Is de partner jonger, dan is er geen recht op een uitkering, tenzij de partner minstens één kind verzorgt onder de 18, zwanger is of voor minstens 45% arbeidsongeschikt is.
•Daar komt bij dat de ANW-uitkering laag is (70% van het nettominimumloon of 90% als de partner kinderen onder de 18 heeft). En als er andere inkomsten zijn naast de ANW-uitkering kunnen die geheel of gedeeltelijk afgetrokken worden van de nabestaandenuitkering.
-Is de partner geboren voor 1950 of heeft de partner een kind onder de 18 en verdient de partner meer dan € 2.850,36* bruto per maand (in 2014) dan is er geen recht op een ANW-uitkering.
-In andere gevallen krijgt de partner geen ANW-uitkering als deze meer verdient dan € 2.433,56* per maand.
•Bovendien is een ANW-uitkering slechts tijdelijk; die eindigt bijvoorbeeld als het jongste kind 18 wordt (tenzij de partner dan minstens 45% arbeidsongeschikt is).

Gedetailleerde informatie over de Algemene nabestaandenwet vindt u op de website van de Rijskoverheid.

*Bedrag per 1 januari 2014

Rekenvoorbeeld
Het volgende rekenvoorbeeld toont de gevolgen voor het inkomen aan.

Jeroen en Sophie zijn getrouwd en hebben twee kinderen onder de 18 jaar. Jeroen heeft een jaarinkomen van € 30.000,- en neemt niet deel aan een pensioenregeling. Sophie verdient per jaar
€ 15.000,-. Sophie is veel te jong voor een Anw-uitkering als Jeroen komt te overlijden, want ze is niet geboren voor 1950. Maar omdat ze kinderen heeft, krijgt ze toch een uitkering zolang die nog geen 18 zijn. Haar eigen inkomen wordt dan wel gedeeltelijk gekort. Haar ANW-uitkering bedraagt hierdoor
€ 12.803,-.
•Het totale gezinsinkomen was € 45.000,-
•Na het overlijden van Jeroen is dit 27.803,-
•Zodra het jongste kind 18 is, moet Sophie rondkomen van € 15.000,-

Mogelijkheden om inkomensgat te dichten

Er zijn verschillende mogelijkheden om het risico van een inkomensgat af te dekken. Heeft u een pensioenregeling? Dan kan het zijn dat hierin een partner- en wezenpensioen is opgenomen. Het is belangrijk om na te lezen wat er dan exact geregeld is bij het overlijden van de partner. Niets is standaard. Is er niet of nauwelijks iets geregeld in de reguliere pensioenregeling dan is in veel gevallen een (aanvullende) nabestaandenpensioenverzekering via de werkgever een goede oplossing. In plaats daarvan wordt er ook vaak een overlijdensrisicoverzekering afgesloten, bijvoorbeeld omdat de werkgever geen regeling aanbiedt. Afhankelijk van de persoonlijke situatie kiest u voor de oplossing die hierbij het best aansluit.

Collectieve nabestaandenpensioenverzekering

Als uw werkgever de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan een collectieve regeling voor nabestaandenpensioenpensioen kan dit heel aantrekkelijk zijn. Dit wordt ook wel een tijdelijk partnerpensioen genoemd. Dit biedt uw partner een maandelijkse pensioenuitkering, mocht u komen te overlijden. Sommige verzekeringen keren uit tot de AOW-leeftijd van de achterblijvende partner, maar maximaal tot 67 jaar. Maar er zijn ook verzekeraars die langer uitkeren: tot de AOW-leeftijd van de achterblijvende partner, zelfs als die AOW-ingangsdatum dan is doorgestegen naar 70 of 71 jaar.

Voordelen
•Zekerheid van maandelijkse uitkering
•Geen medische keuring nodig
•Premie is fiscaal aftrekbaar
•Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is mee te verzekeren
•Er kan gekozen worden voor een automatische verhoging van de uitkering om toekomstige inflatie te compenseren
•Soms betaalt de werkgever de premie, of een deel daarvan

Nadelen
•Er zit een grens aan de maximaal te verzekeren uitkering
•De uitkering kan niet gaan naar iemand anders dan de achterblijvende partner
•Bij verandering van werkkring stopt de verzekering
•De uitkering is fiscaal belast

Indicatie premie

De premie voor een nabestaandenverzekering is o.a. afhankelijk van uw leeftijd, de looptijd, de branche waarin u werkt en het verzekerde bedrag. De leeftijd heeft de grootste invloed. De premie neemt daarom ieder jaar toe. Stel u bent een man van 40 jaar, de verzekerde uitkering is € 14.533,- per jaar en deze loopt door totdat uw partner de AOW-leeftijd heeft bereikt. De premie is dan in het eerste jaar ongeveer € 250,-. In het tiende jaar is dit ongeveer
€ 500,-. De netto premie is een stuk lager omdat de premie aftrekbaar is van de inkomstenbelasting. En wellicht betaalt uw werkgever mee.

Een overlijdensrisicoverzekering

Een andere mogelijkheid is het afsluiten van een overlijdensrisicoverzekering. Bijvoorbeeld voor 20 jaar of zelfs levenslang. Deze verzekering keert een vast bedrag uit als u en/of uw partner komt te overlijden. Hiermee kunnen de nabestaanden het inkomenstekort opvangen. En dat is een veilige gedachte.

Voordelen
•U bepaalt zelf het bedrag dat u wilt verzekeren
•U bepaalt zelf de looptijd van de verzekering
•Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is mee te verzekeren
•Uitkering is niet fiscaal belast in box 1
•Bij verandering van werkgever, blijft de verzekering doorlopen

Nadelen
•De verzekeraar vraagt om een gezondheidsverklaring of een medische keuring
•Premie is niet fiscaal aftrekbaar
•Het kapitaal dat bij overlijden wordt uitgekeerd of de waarde van de periodieke uitkering telt mee voor het vermogen in box 3

Indicatie premie

De premie voor een levensverzekering is o.a. afhankelijk van uw leeftijd, de looptijd en het verzekerde bedrag. Voor vaak maar een paar tientjes per maand heeft u al een overlijdensrisicoverzekering.

Bereken de financiële gevolgen van overlijden

Wilt u weten wat u maandelijks financieel tekort zou komen als u of uw partner overlijdt? U kunt het hier gemakkelijk berekenen. U ziet dan ook wat het ongeveer kost om het tekort te verzekeren.

Tot slot
Zoals u ziet, zijn er verschillende oplossingen om een financieel gat te dichten dat kan ontstaan bij het overlijden van de partner. Welke oplossing u precies kiest, hangt af van uw persoonlijke situatie.

Bonus-Malusladder en schadevrije jaren hoe werkt het?

Schadevrije jaren en de bonus/malusladder

Iemand die een jaar schadevrij rijdt, krijgt er aan het begin van het nieuwe verzekeringsjaar één schadevrij jaar bij. Hij stijgt daarmee ook één trede op de bonus/malusladder. Daarmee wordt hij op de volgendepremievervaldag beloond met een steeds hoger wordende korting (bonus) op de basispremie. Wel in een jaar schade veroorzaken betekent in principe het verlies van korting. In het uiterste geval kan een korting zelfs omgezet worden in een toeslag(malus).

Het uitgangspunt is de basispremie voor WA en casco. Een startende autorijder begint vaak in trede 2(0% korting).
Trede 1 betekent: malus en in dit geval een toeslag op de basispremie van 20%. De inschaling op de bonus/malusladder kan per
verzekeraar verschillen. Factoren van belang voor de inschaling zijn: leeftijd regelmatige bestuurder; aantal te rijden kilometers per jaar;woonplaats regelmatige bestuurder.

Wat is het effect van een schade op de premiekorting? Zie onderstaand voorbeeld bonus/malussystematiek:

Piet (27 jaar) woont in een dure regio. De basispremie voor zijn opel bedraagt voor WA € 725 en voor casco € 1.195. Hij verwacht dat hij per jaar niet meer zal rijden dan 20.000 kilometer. De éénmalige poliskosten bedragen €12. Piet wil een WA + cascoverzekering. Piet wordt ingeschaald op trede 4 (basistrede + 2). Dat betekent een premiekorting van 25%. De basispremie bedraagt (€725 + € 1.195 =) € 1.920.
Na verrekening van de bonuskorting bedraagt de premie: (€ 1.920 -/- 25%=) € 1.440 + € 12 poliskosten= € 1.452 + 21% assurantiebelasting = € 1.756,92.

Als Piet vervolgens twee jaar geen schuldschade claimt (men zegt: hij rijdt twee jaar schadevrij) stijgt hij 2 treden op de bonus/malusladder (trede 6; 40% korting).
Zijn polisblad (of factuur) vermeldt: “2 schadevrije jaren”. Als Piet in het derde verzekeringsjaar een schuldschade claimt, zakt hij op de bonusmalusladder van trede 6 naar trede 3(15% korting). Op zijn polisblad (of factuur) komt te staan: “-1 schadevrije jaar”. Hoe komt dat? Zijn aanvangstrede met “0” schadevrije jaren is 4. Marco “zakt” daar nog eens één trede onder en komt op trede 3; trede 3 min trede 2 = “-1”.

Schade claimen of niet claimen?

Stel dat in ons voorbeeld Piet in het derde verzekeringsjaar een kleine schade aan zijn opel veroorzaakt, omdat hij tegen een laag paaltje is gebotst. Het schadebedrag bedraagt € 475. Wat is dan wijsheid? Claimen of niet claimen? Marco heeft een eigen risico van € 150. Uitbetaling van de schade levert Marco wel geld op, maar uiteindelijk is niet claimen voordeliger dan wel claimen. Piet gaat door wel te claimen, in de aankomende jaren fors meer premie betalen.

Naar een andere autoverzekeraar

Enige jaren geleden zijn motorrijtuigverzekeraars overgegaan naar het digitaal opslaan van het aantal schadevrije jaren die klanten opbouwen. Dit systeem heet: Roy-data. Als een verzekerde overstapt naar een andere autoverzekeraar, geeft de oude autoverzekeraar door op hoeveel schadevrije jaren de vertrekkende verzekeringnemer recht heeft. De nieuwe autoverzekeraar kan Roy-data ook raadplegen en neemt het aantal schadevrije jaren over voor de inschaling op de bonus/malusladder op de nieuwe polis.

Elektrische Installatie vaak oorzaak van brand

Praktische preventietips voor uw elektrische installatie

Voorkomen is beter dan blussen!

Brand kan voor grote problemen zorgen, ook als u goed verzekerd bent. Het voortbestaan van uw bedrijf kan zelfs gevaar lopen, bijvoorbeeld omdat uw klanten dan naar de concurrent gaan. Het is dus belangrijk dat u brand voorkomt. Uw elektrische installatie verdient daarbij uw speciale aandacht, omdat branden vaak worden veroorzaakt door elektrische installaties. Bijvoorbeeld door een slecht ontwerp, verkeerde aanleg of slecht onderhoud. Veel oorzaken liggen echter ook bij de gebruikers en kunnen heel eenvoudig worden voorkomen.

Hoofdoorzaak: slechte aanleg en onderhoud elektrische installatie
Ook als het ontwerp van een elektrische installatie goed is, kan het fout gaan als de installatie niet goed wordt aangelegd. Bovendien kan een installatie na enige tijd gebreken vertonen. Maar liefst 60% van alle branden door elektrische installaties heeft hiermee te maken. Daarom is het belangrijk dat u de installatie periodiek laat onderhouden en inspecteren volgens de eisen van de NEN 3140. Deze norm beschrijft de inspectie en het onderhoud van elektrische installaties, apparaten en toestellen (zoals een koffieapparaat of boormachine). Ook wordt exact beschreven hoe een inspectie moet worden uitgevoerd, zodat materiële schade en letselschade wordt voorkomen.

Tip 1: Schakel een gecertificeerd bedrijf in
De NEN 3140 is een zeer uitgebreide en ingewikkelde norm. Daarom kunt u het beste een gecertificeerd bedrijf inhuren voor de inspectie van uw elektrische installatie. Zo weet u zeker dat alles voldoet aan de NEN 3140.
Ontwerp is ook belangrijk
Ook het ontwerp van uw elektrische installatie is erg belangrijk voor de brandveiligheid. Er gelden dan ook zeer strenge, verplichte veiligheidsbepalingen. Deze zijn opgenomen in de NEN 1010. Deze norm beschrijft beschermingsmaatregelen, de keuze van elektrisch materiaal en de installatie hiervan.

Tip 2: Nieuw bedrijfsgebouw? Laat de elektrische installatie controleren!
Ongeveer 30% van de afwijkingen in gebouweninstallaties is het gevolg van een fout in het ontwerp. Bij de aanschaf of ingebruikname van een bedrijfsgebouw is het dus erg belangrijk dat u laat controleren of de elektrische installatie in orde is en voldoet aan de NEN 1010.
Regelmatige inspectie en onderhoud van de elektrische installaties in een gebouw verkleinen het brandrisico enorm. Maar dat betekent nog niet dat alles veilig is. Veel branden ontstaan namelijk door aangesloten apparaten. Regelmatige inspectie en onderhoud van de aangesloten apparatuur is dus minstens zo belangrijk!
Simpele organisatorische maatregelen
De oorzaak van een brand ligt vaak bij de gebruikers van apparatuur. Brand wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door:
• overbelasting van tafelcontactdozen;
• stopcontacten die niet meer in orde of niet geaard zijn;
• blootliggende of beschadigde bedrading;
• gebrekkige verbinding tussen draden (bijvoorbeeld met papiertape of een kroonsteentje);
• niet volledig afgerolde kabelhaspels;
• apparaten die onnodig worden aangelaten;
• brandbare materialen in de buurt van warmtebronnen, zoals lampen en kachels;
• gevaarlijke elektrische apparaten zonder toezicht;
• verouderde en/of sterk vervuilde apparatuur;
• verouderde TL-armaturen.

Simpele maatregelen zijn vaak al genoeg om schade te voorkomen. Vaak is het een kwestie van gezond verstand en kan iedereen inzien dat een situatie brandgevaarlijk is. Helaas ontsnapt het vaak toch aan de aandacht, doordat ondernemers druk zijn met hun dagelijkse werk. Hieronder vindt u vijf tips waarmee u risico’s eenvoudig kunt verkleinen.

Vijf praktische tips
1. Sluit niet te veel apparaten aan op tafelcontactdozen. Zo voorkomt u oververhitting en brand.
2. Instrueer uw medewerkers om computers, monitoren en andere apparatuur aan het einde van de dag volledig uit te schakelen en niet op standby te laten
staan.Ze trekken zo minder stof aan, wat de kans op kortsluiting en brand verkleint.
3. Vervang oude en slechte apparatuur op tijd. Slijtage kan namelijk leiden tot hittewerking of onvolledige kortsluiting, met brand tot gevolg.
4. Bewaar geen brandbare stoffen in de buurt van apparatuur die vonken veroorzaakt of veel warmte ontwikkelt.
5. Let bij het aanschaffen van apparatuur erop of deze voldoet aan de Europese regelgeving. Het CE-keurmerk geeft aan dat het product voldoet aan
wettelijke eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. U leest er meer over op de website van de Rijksoverheid.

Het kost u weinig tijd om u aan deze tips te houden. Maar het kan enórme problemen voorkomen. Veel succes met ondernemen!

Aansprakelijkheid van werkgevers voor ZZP-ers. Dat is toch verzekerd op mijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering?

28-11-2018

De aansprakelijkheid van werkgevers voor ZZP-ers

In bepaalde sectoren, zoals bijvoorbeeld de bouw, komt het regelmatig voor dat bedrijven ZZP-ers inschakelen. De naam ZZP wekt de indruk dat we te maken hebben met zelfstandigen die helemaal onafhankelijk van de werkgever/degene die hem inschakelt werkzaam zijn. In bepaalde situaties is degene die hem inschakelt wel degelijk aansprakelijk voor schade die een ZZP-er veroorzaakt en voor schade die een ZZP-er zelf lijdt. Er zijn  dantwee zaken die van belang zijn.

Is de ZZP-er een ondergeschikte?

Allereerst moet gekeken worden naar de verhouding tussen de ZZP-er en degene die hem inschakelt. Centraal staat de vraag of de ZZP-er werkzaam is als ondergeschikte. Een ondergeschikte is iemand die onder leiding en gezag van iemand anders werkzaamheden uitvoert. Als je werkt voor een werkgever die zeggenschap heeft over wat en hoe je moet werken, dan ben je een ondergeschikte. Een ondergeschikte hoeft niet per sé in loondienst werkzaam te zijn. Ook een stagiaire, uitzendkracht of ZZP-er kan een ondergeschikte zijn. Dit is geregeld in de artikel 7: 658 lid 4 BW. Het gaat er om dat iemand anders namens de werkgever leiding aan je werk geeft. Een ZZP-er die geheel zelfstandig werkt en alleen gebonden is aan het contract, is geen ondergeschikte van degene voor wie hij werkt.

Welke werkzaamheden verricht de ZZP-er?

Een tweede criterium is de aard van de werkzaamheden die de ZZP-er verricht. In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad aangeven dat de zorgplicht van een werkgever(en dus de daaruit voortvloeiende werkgeversaansprakelijkheid) ook van toepassing kan zijn op ZZP-ers die werkzaamheden verrichten die feitelijk tot de uitvoering van het beroep of het bedrijf van opdrachtgever behoren. Dat is niet beperkt tot de kernactiviteiten, het kan ook gaan om ondersteunende activiteiten (facilitaire activiteiten) die bij de gebruikelijke uitvoering van het beroep of bedrijf horen. Dit moet overigens voor het individuele bedrijf beoordeeld worden, er zijn geen algemene regels op dit punt. Als een ZZP-er werkzaamheden uitvoert die normaal gesproken niet worden uitgevoerd door degene die hem inschakelt, dan is er geen sprake van zorgplicht/werkgeversaansprakelijkheid.

Denk bijvoorbeeld aan een ZZP-er die als hovenier wordt ingehuurd om de tuin van een advocatenkantoor te onderhouden of aan een ZZP-er die als timmerman door een manege wordt ingehuurd om een stal te repareren. Dit zijn werkzaamheden die hoogstwaarschijnlijk niet behoren tot de gebruikelijke bedrijfsuitoefening van het betreffende advocatenkantoor c.q. de betreffende manege. De rechtsverhouding is dan te kwalificeren als een overeenkomst van opdracht. Op die situatie is de (werkgevers)aansprakelijkheid van artikel 7:658 lid 4 niet van toepassing.

In wezen gaat het hier ook (indirect) om het criterium van ondergeschiktheid. Als een ZZP-er werkzaamheden uitvoert die binnen de normale uitvoering van het bedrijf of beroep vallen, dan zal dat altijd gaan onder het gezag van de werkgever.

Dekking op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de werkgever/opdrachtgever

In veel polisvoorwaarden staat  bij de kring van verzekerden aangegeven dat de ondergeschikten meeverzekerd zijn. Als een ZZP-er feitelijk als een ondergeschikte werkt, dan is hij dus automatisch meeverzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van het bedrijf dat hem inschakelt, mits de ZZP-er werkzaamheden verricht binnen de verzekerde hoedanigheid /activiteit die op het polisblad is omschreven.

Een ZZP-er heeft dus dezelfde dekking als een werknemer in loondienst, mits hij aangemerkt kan worden als ondergeschikte. In dat geval is schade  aan derden door een ZZP-er gedekt op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

Schade aan een ondergeschikte ZZP-ers (letsel) die verband houdt met het verrichten van activiteiten voor een opdrachtgever/werkgever  is verzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. In die situatie is er ook sprake van werkgeversaansprakelijkheid. Een ZZP-er die niet als ondergeschikte werkt is een derde in de zin van de polisvoorwaarden. In dat geval is de niet ondergeschikte ZZP-er bij letselschade niet verzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de opdrahtgever/werkgever.

Dekking op bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van ZZP-er zelf.

Ondergeschikten in loondienst vallen vaak buiten de  verzekering, wat op zich logisch is omdat een ZZP-er geen personeel in loondienst heeft.  Echter ook een ZZP-er kan een andere ZZP-er inschakelen. Als de ingehuurde ZZP-er feitelijk als een ondergeschikte werkt, dan is hij ook een verzekerde in de meeste polisvoorwaarden. En dan is ook de werkgeversaansprakelijkheid van de ZZP-er (schade aan de ZZP-er)die hem inschakelt gedekt.

Maak dus bij het inschakelen van ZZP-ers goede afspraken met elkaar en leg deze vast. Controleer  goed de dekking van je eigen aansprakelijkheidsverzekering mbt het inschakelen van ZZP-ers.

Flexwerkers of tijdelijke krachten in dienst gehad? Controleer dan UWV overzicht van ex-werknemers met ziektewetuitkering

26-07-2013

Heeft u tijdelijke krachten (flexwerknemers) in dienst gehad vanaf 01-01-2010? Controleer dan extra goed het UWV overzicht van ex-werknemers met een ziektewetuitkering 

 

Wat wijzigt er?

Per 1 januari 2013 is de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid (BeZaVa) ingegaan.  Deze wet staat beter bekend onder de noemer “Modernisering Ziektewet”. Deze wet bestaat uit maatregelen voor flexwerknemers en financiële prikkels voor werkgevers met als doel, een snellere werkhervatting en beperking van de instroom in de Wet Inkomen naar Arbeidsvermogen( WIA). Iedere werkgever krijgt de financiële verantwoordelijkheid voor de uitkeringslast van de Ziektewet en de WGA voor (ex-)werknemers met een tijdelijk dienstverband.

Op dit moment betaalt iedere werkgever een van zijn UWV-sector afhankelijke Ziektewetpremie. En een individuele gedifferentieerde premie voor zijn werknemers die de WGA ingaan (WGA-vast). De premie voor werknemers die ziek uit dienst gaan en in de WGA komen (WGA-flex), is onderdeel van de basispremie WAO/WIA.

Vanaf 1 januari 2014 gaat de werkgever een aparte premie betalen voor de Ziektewet, WGA-vast(vaste werknemers) en WGA-flex(flexwerkers). De wijze van premieberekening is afhankelijk van de hoogte van de loonsom van de werkgever. Kleine werkgevers (tot 10 keer de gemiddelde loonsom) gaan een sectorpremie betalen en grote werkgevers (loonsom > 100 keer gemiddelde loonsom) worden geheel op eigen uitkeringslast beoordeeld. De groep ertussen krijgt te maken met een combinatie uit sectorgemiddelde en eigen uitkeringslast.

In 2016 wordt de premiestelling voor WGA Flex en WGA vast samengevoegd in WGA Totaal. Het is dan ook mogelijk te kiezen voor een publieke verzekering met premiedifferentiatie of uit d epublieke WGA verzekering te treden en eigen risico drager te worden. Het is dan mogelijk een private verzekering af te sluiten.

Waarom wordt er nu opnieuw ingegrepen?

Uit de WIA evaluatie in 2010 bleek dat de maatregelen die in het verleden zijn genomen om de instroom in de WGA te beperken een positief effect hadden op werknemers met een vast dienstverband. Helaas nam de instroom vanuit de Ziektewet door flexwerkers inmiddels zulke vormen aan dat 55% van alle instroom daar vandaan komt. En dat terwijl slechts een zesde van de beroepsbevolking werkt met een flexibel contract en dus in het vangnet terecht kan komen.

Flexwerkers zijn in dit kader uitzendkrachten, werknemers met een tijdelijk contract welke ziek uit dienst gaan, oproepkrachten zonder regelmatige oproep en zieke werklozen. Voor u als werkgever zijn uitzendkrachten alleen van belang als u een uitzendbureau bent. Het uitzendbureau is immers de formele werkgever. Voor alle andere bedrijven zijn de werknemers met een dienstverband voor bepaalde tijd relevant.

De werkgever wordt voor flexwerkers niet geprikkeld om actie te ondernemen als deze met een tijdelijk contract ziek uit dienst gaan. Zowel de Ziektewet als de eventueel daar op volgende WGA uitkering wordt bekostigd uit de sectorpremie. In tegenstelling tot de gedifferentieerde WGA-premie die stijgt of daalt wanneer de instroom in de WGA vanuit vast dienstverband toeneemt of afneemt, merkt de werkgever er nu niets van als hij meer of minder instroom in de Ziektewet of WGA-flex heeft.

Kortgezegd komt het er op neer dat de kans op langdurige arbeidsongeschiktheid in het geval van werknemers met een tijdelijk dienstverband vele malen groter is dan wanneer een medewerker een vast dienstverband heeft. De werkgever draagt hiervoor in beperkte mate financiële verantwoordelijkheid omdat de premie sectoraal wordt bepaald

 

Hoe informeert het UWV u als werkgever?

Het UWV informeert werkgevers over de Ziektewetuitkeringen  en WGA uitkeringen in 2012 met twee aparte brieven. De eerste brief betreft een opgave van (ex) werknemers) die in 2012 een Ziektewetuitkering kregen. Een eerste groep werkgevers heeft deze brief inmiddels ontvangen. De tweede brief betreft een opgave van ex-werknemers die in 2012 een WGA- uitkering kregen. Deze brief wordt op een later tijdstip verstuurd.

 

Wat moet u als werkgever doen met dit overzicht?

In de tot nu toe verzonden overzichten zijn veel fouten geconstateerd. Een voorbeeld hiervan is: Opgave van werknemers die niet bij u als werkgever in dienst zijn geweest. Het is dus erg belangrijk om deze lijsten direct te controleren, omdat u anders een verkeerde premie toegerekend krijgt.

Enkele tips:

  • Binnen vier weken na ontvangst van het overzicht van de Ziektewetuitkeringen die in 2012 door het UWV zijn toegekend aan uw (ex-)werknemers, dient u de bijbehorende beschikkingen op te vragen. Daarvoor kunt u gebruikmaken van de door het UWV geleverde antwoordenvelop.
  • Heeft u de beschikkingen ontvangen? Controleer deze dan samen met een adviseur.
  • Is er reden om bezwaar aan te tekenen? Doe dit binnen zes weken na ontvangst van de beschikkingen.

 

Bijgesloten is een checklist Toekenningen Ziektewet. Deze checklist 26072013Checklist Toekenningen Ziektewet Acture (2) is een handig hulpmiddel bij de controle van overzicht van het UWV.

De gevolgen

Door de invoering van de Wet BeZaVa wordt het voor de werkgever nog belangrijker om regie te hebben op het ziekteverzuim en de WIA-instroom. Wanneer dit er niet is, zullen de kosten voor de werkgever toenemen. Ook voor de groep flexwerkers is een werkgever financieel verantwoordelijk. Voorkomen van verzuim en WIA- instroom wordt nog belangrijker. Het wordt lonend om ook voor flexwerkers re-integratietrajecten te starten

 

U wilt meer informatie of ontvangt uw lijst van het UWV?

Neem dan contact met  op met Hakze Verzekeringen via: 0513 436270 of info@hakzeverzekeringen.nl.

Arbeidsongeschiktheidsverzekering, waar moet je op letten?

Wat is belangrijk bij een arbeidsongeschiktheidsverzekering? We hebben de belangrijkste aandachtspunten op een rij gezet.

 

1.  Verzekerde bedragen
De verzekerde bedragen zijn bedragen die u uitgekeerd krijgt in geval van arbeidsongeschiktheid. Deze bedragen worden vaak onderverdeeld in Rubriek A en Rubriek B.

Rubriek A en Rubriek B

  • Rubriek A is het verzekerd bedrag dat u in het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid uitgekeerd krijgt. U hebt de keuze om tot maximaal 80% van uw bruto jaarinkomen te verzekeren.
  • Rubriek B is het verzekerd bedrag dat u in de jaren ná het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid krijgt. U hebt de keuze om tot maximaal 80% van uw bruto jaarinkomen te verzekeren.

 

2.  Premies aftrekbaar van de belastingen 
Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is volledig van het inkomen aftrekbaar, waardoor de premie netto een stuk lager uitvalt. De premie die u betaalt  is voor rekening van u als privé persoon en moet dan ook verwerkt worden bij de inkomensaangifte en niet bij de winst- en verliesrekening van uw bedrijf. Het aftrekbaar zijn van de premie heeft uiteraard ook tot gevolg dat bij een uitkering inkomstenbelasting betaalt dient te worden. Verzekeraars zijn verplicht dit in te houden van uw uitkering. Dus per saldo ontvangt u een netto bedrag.

 

3.  Sommenverzekering of schadeverzekering

Een AOV-verzekering kan  een sommenverzekering of een schadeverzekering zijn. Een sommenverzekering biedt een aantal voordelen ten opzichte van een schadeverzekering. Dit verschil ligt in de controle van het inkomen en het te verzekeren bedrag. Bij een AOV gebaseerd op een een sommenverzekering zal een verzekeraar géén correctie van de verzekerde bedrag(en) toepassen en/of het inkomen periodiek toetsen.

Correctiebepaling

Correctiebepaling houdt in dat de verzekeraar de verzekerde bedragen zal aanpassen wanneer deze bedragen niet overeenkomen met het opgegeven inkomen wat u bij het afsluiten van de AOV met de verzekeraar hebt afgesproken.

Voorbeeld
U claimt in 2022 op uw AOV welke u in 2009 hebt afgesloten. In 2009 verzekert u € 50.000,- per jaar, maar in het jaar dat u claimt (2022) is het bruto inkomen over de laatste 3 jaar ongeveer € 35.000,-. Uw verzekerde bedragen en ook een eventuele uitkering worden verlaagd naar 80% van € 35.000,-.

De verzekeraar die een sommenverzekering hanteert zal het verzekerd bedrag in dit geval niet negatief corrigeren naar het verdiende inkomen van € 35.000,-. U krijgt uitgekeerd op basis van de in 2009 afgesproken verzekerde bedragen (€ 50.000,-).

Bij een schadeverzekering zal het inkomen wel getoetst worden en indien van toepassing worden gecorrigeerdEen verzekeraar zal een AOV op basis van een schadeverzekering periodiek toetsen op het verdiende bruto inkomen.Vaak dient u periodiek de inkomensgegevens aan te leveren om te bewijzen dat inkomen overeenkomt met het afgesproken verzekerd bedrag. Voorbeeld:
U verdient in 2014 € 50.000,-. Bij inkomenstoetsing in 2016 verdient u € 40.000,-.De verzekerde bedrag(en) worden in dit geval evenredig gecorrigeerd. Als uw verzekerde bedrag(en) in 2014 nog 80% van € 50.000,- was, zullen de verzekerde bedragen in 2016 80% van € 40.000,- worden.

 

4. Vast tarief of leeftijdsafhankelijk tarief

U hebt de keuze uit twee tarieven:

Vast tarief (standaardtarief)
Hierbij betaalt u over de gehele looptijd van de AOV een vaste premie per jaar tot aan de eindleeftijd.

Leeftijdsafhankelijke tarief (combitarief)
U start met een lage premie, die jaarlijks stijgt. Als u een bepaalde leeftijd bereikt, blijft de premie voor de rest van de looptijd gelijk. Dit heet de omslagleeftijd. Een leeftijdsafhankelijke tarief is gunstig voor bijvoorbeeld startende en jonge ondernemers. U hebt een lage initiële premie waardoor u meer financiële ruimte voor uw onderneming heeft in de beginjaren

 

5. Wachttijd(ook wel eigen risicotermijn)

De wachttijd is de periode die u zelf financieel dient te overbruggen alvorens uw verzekering uitkeert. U kunt zelf kiezen hoelang deze wachttijd is. De lengte van de wachttijd is van invloed op de hoogte van de premie. In verzekeringstermen wordt de wachttijd ook wel het eigen risicotermijn genoemd.

U heeft de keuze uit een wachttijd van 14, 30, 60, 90 of 180 dagen. In de regel geldt dat hoe langer de wachttijd is, hoe lager de premie. Het bepalen van de wachttijd is van een aantal factoren afhankelijk. Als u bijvoorbeeld een goedverdienende partner of een spaarpotje heeft, zou u kunnen overwegen een langere wachttijd kiezen. Als u afhankelijk  bent van het inkomen uit uw onderneming is het verstandig om een korte wachttijd te kiezen.

 

6. Eindleeftijd

De eindleeftijd is de leeftijd waarop uw verzekering afloopt. U hebt zelf de keuze om de eindleeftijd zelf te bepalen. Het is verstandig om de eindleeftijd te koppelen  op het moment dat uw AOW of pensioen ontvangt. Alleen wanneer er voldoende financiële middelen zijn is een korte eindleeftijd verstandig. Een korte eindleeftijd scheelt aanzienlijk premie

Bent u geboren na 30 september 1955? Dan is uw exacte AOW-leeftijd nog niet bekend. Maar deze is minimaal 67 jaar en 3 maanden. Controleer dan ook jaarlijks in januari uw eigen  AOW-leeftijd. Zie:https://www.svb.nl/int/nl/aow/wat_is_de_aow/wanneer_aow/

Voor beroepen met een relatief verhoogde kans op arbeidsongeschiktheid kan de verzekeraar een lagere maximum eindleeftijd vaststellen. De gemaximeerde eindleeftijd kan 55 of 60 jaar zijn.  Dit betekent vaak een groot inkomensgat tussen de kortere eindleeftijd van de verzekering en de AOW leeftijd. Hou hier vooraf rekening mee en zorg op de eindleeftijd van de verzekering voor voldoende financiële middelen!

 

7. Beroepsarbeidsongeschiktheid en passende arbeid

Een verzekering kan worden afgesloten op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid of passende arbeid. Bij  de beoordeling van arbeidsongeschiktheid zal de verzekeraar één van deze 2 criteria toepassen. Hier dient u een keuze te maken welk criterium u wenst. De keuze is van invloed op de hoogte van de premie.

Beroepsarbeidsongeschiktheid

Een AOV op basis van beroepsarbeidsongeschiktheid houdt in dat u in geval van arbeidsongeschiktheid wordt beoordeeld op basis van uw huidige beroep.           U wordt door de verzekeraar niet verplicht om bijvoorbeeld werkzaamheden op basis van uw opleiding en vroegere werkzaamheden te accepteren.

Let op: In de meeste voorwaarden wordt, ondanks het bovenstaande, wel bedongen dat u passende arbeid binnen de eigen onderneming aanvaardt.

Voorbeeld
U bent adviseur en u raakt arbeidsongeschikt aan uw benen. U kunt niet meer met de auto erop uit, de verzekeraar mag dan wel bepalen dat u administratief werk binnen uw eigen onderneming gaat doen. Het bedrag waarover u inkomensverlies lijdt zal door de verzekeraar uitgekeerd worden.

Passende arbeid

Bij passende arbeid kan de de verzekeraar u verplichten om een vervangende functie buiten uw eigen bedrijf te accepteren in geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. De bepaling om een andere functie uit te voeren wordt aan de hand van de volgende criteria beoordeeld:

  • Uw krachten en bekwaamheden;
  • Uw opleiding en vroegere werkzaamheden;
  • Kan in redelijkheid van u verlangd worden andere beroepswerkzaamheden uit te voeren.

Voorbeeld
U bent adviseur en u heeft vroeger ervaring opgedaan als administratief medewerker. U raakt arbeidsongeschikt voor 40% en u kunt geen auto meer rijden voor uw werkzaamheden als adviseur. De verzekeraar kan u dan verplicht stellen om bij een kantoor in de buurt administratieve werkzaamheden te gaan uitvoeren. Het bedrag waarover u inkomensverlies lijdt zal door de verzekeraar worden uitgekeerd.

 

8. Jaarlijkse stijging van verzekerde bedragen en uitkering.

Verzekeraars bieden de mogelijkheid om de verzekerde bedragen jaarlijks met een vaste waarde te laten stijgen. Op deze manier houdt u de verzekerde bedragen in lijn met de koopkrachtontwikkeling. U kunt een percentage kiezen waarmee het verzekerde bedrag jaarlijks stijgt. Mocht u arbeidsongeschikt raken dan wordt het verzekerde bedrag een uitkering. U kunt een percentage kiezen waarmee de uitkering jaarlijks stijgt. Sommige verzekeraars bieden de mogelijkheid om het verzekerd bedrag te laten stijgen met de CBS-index (Centraal Bureau van de Statistiek). Hierbij wordt het verzekerd bedrag jaarlijks aangepast volgens het stijgingspercentage van de CBS.U kunt het verzekerd bedrag en uitkering ook laten stijgen met een vast percentage van 2% of 3%.

 

9. Arbeidsongeschiktheidspercentage

Het arbeidsongeschiktheidspercentage is de bepalende factor of u recht hebt op een uitkering. Wanneer u claimt op uw uw verzekering, beoordeelt een medisch adviseur de mate (ofwel percentage) van arbeidsongeschiktheid. U hebt de keuze uit een percentage van 25% (maximale dekking), 45%, 55%, 65% of 80% (minimale dekking). Kiest u een percentage van 25% dan keert de verzekeraar uit wanneer u door de medisch adviseur 25% of meer arbeidsongeschikt wordt verklaard. Kiest u een percentage van 80% dan keert de verzekeraar uit wanneer u door de medisch adviseur 80% of meer arbeidsongeschikt wordt verklaard. Hoe hoger het percentage op de verzekering , hoe lager de premie.

 

10. Tijdelijke uitkeringsduur

Een aantal verzekeraars bieden een verzekering met een tijdelijke uitkeringsduur aan. Dat wil zeggen dat de verzekering voor een korte tijd uitkeert in geval van arbeidsongeschiktheid. Bij de meeste verzekeraars is deze periode voor 5 jaar, maar er bestaan ook varianten waarbij een uitkering van 3 of 10 jaar kan gekozen worden. Het voordeel is terug te vinden in de premie, maar het gevaar schuilt in de korte uitkeringsperiode in geval van arbeidsongeschiktheid.

 

11. Kosten adviseur/bemiddelaar

Iedere adviseur/bemiddelaar zal kosten in rekening brengen voor het advies/bemiddeling en eventueel nazorg/beheer van de verzekering. Informeer van te voren bij uw adviseur/bemiddelaar naar de kosten.

Premiebesparing is eenvoudig te realiseren door een advies/beheer vergoeding af te spreken in plaats van provisie. Veel verzekeringen afgesloten voor 01-01-2013 hebben een premie inclusief provisie. Door provisie uit de premie te halen bespaar je al snel ruim 15%  op je premie.