Schade aan ondergrondse kabels en leidingen

01-02-2019

In Nederland ligt ruim 1,7 miljoen kilometer aan kabels en leidingen onder de grond. Het gaat om leidingen voor water, gas en olie. En om kabels voor onder meer elektriciteit en dataverkeer.Regelmatig ontstaat er bij graafwerkzaamheden(graven, boren, heien, palen slaan,draineren, freezen, bomen/planten rooien) schade aan ondergrondse kabels en leidingen. Er geldt een wettelijke verplichting om zorgvuldig graafwerkzaamheden uit te voeren. Zorgvuldig graven doe je volgens de richtlijn Zorgvuldig grondroeren.

Kabeleigenaren en netwerkbeheerders moeten informatie over ondergrondse kabels en leidingen leveren aan het Kadaster. Het Kadaster voegt deze informatie samen. Grondroerders krijgen deze informatie wanneer zij een zogenoemde KLIC melding (graafmelding) doen. Uitvoerders van graafwerkzaamheden, de zogenoemde grondroerders, moeten graafwerkzaamheden verplicht melden bij het Kadaster met een KLIC melding. Deze uitwisseling van informatie kan schade helpen voorkomen.

Netbeheerders zijn verplicht informatie over aansluitleidingen digitaal beschikbaar te stellen. Dat is de belangrijkste wijziging in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON, voorheen WION) die vanaf 31 maart 2018 van kracht is. Netbeheerders van gasleidingen moeten per 1 januari 2020 gegevens over aansluitleidingen digitaal beschikbaar stellen. Netbeheerders van elektriciteitsleidingen, drinkwaterleidingen en telecomleidingen moeten dat doen per 1 januari 2028. Voor netbeheerders van riolering geldt geen verplichting tot digitalisering van de aansluitleidingen. Rijksoverheid:https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bodem-en-ondergrond/graafschade

Het Kabels en Leidingen Informatiecentrum (KLIC) regelt de digitale informatie-uitwisseling over kabels en leidingen. Het KLIC is een onderdeel van het Kadaster. Er is een handige (gratis)KLIC-app (zie:https://www.grondig.com/artikel/gratis-klic-app waarmee  je alle KLIC meldingen op je telefoon of tablet kan binnen halen.  Iedereen op een bouwplaats kan zo de beschikking krijgen over de juiste informatie.

Wie betaalt de graafschade?

Bij zorgvuldig graven hebben de feitelijk graver en de grondroerder overlappende verantwoordelijkheden. De grondroerder moet de Klic-tekeningen opvragen en beschikbaar stellen op de werklocatie. De feitelijk graver moet controleren of het voorbereidende werk goed is gedaan en graaft alleen als en zolang de situatie geheel duidelijk is. Zodra een graafschade ontstaat, komt al snel de vraag voor wiens rekening de schade moet komen. De netbeheerder legt de schadeclaim neer bij één van de betrokken partijen. Regelmatig wordt een claim doorgestuurd van de opdrachtgever naar de feitelijk graver of wordt de netbeheerder doorverwezen. Claims worden verrekend met facturen, hoewel dit wettelijk gezien niet mag. In de praktijk komt de schadeclaim vaak terecht bij de feitelijk
graver. Vrijwel altijd komt vast te staan dat die de kabel of leiding heeft beschadigd. Op grond van de zelfstandige onderzoeksplicht zal een schade al snel voor zijn rekening komen. De factuur van de netbeheerder moet dan worden betaald.

Als er in onderaanneming wordt gewerkt, gebeurt dit meestal op grond van een door beide partijen ondertekende overeenkomst. In dit soort overeenkomsten zijn altijd regelingen over aansprakelijkheid en verzekeringen te vinden. De onderaannemer kan verplicht worden gesteld om bepaalde verzekeringen af te sluiten, zoals een WAM-verzekering voor het werkmateriaal, een CAR verzekering en/of een  bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. Aan de verzekeringen worden eisen gesteld(zoals een verplichte KLIC melding).  In een overeenkomst kan staan dat alle aansprakelijkheid zonder meer op de onderaannemer rust of dat de opdrachtgever zichzelf vrijwaart van schadeclaims van de onderaannemer en anderen. Bij dit soort overeenkomsten is het altijd goed om alert te zijn. Neem alle onderdelen daarvan goed door en leg de overeenkomst voor aan uw verzekeraar of juridisch adviseur. Onderzoek of uw verzekeringen voldoen aan de gestelde eisen en de problemen die zich in de praktijk kunnen voordoen.

Hoe verder na een Ernstige ziekte of ongeval?

19-04-2017

 

Een Ernstige ziekte of ongeval. Het zal je maar gebeuren.

 

Een Ernstige gebeurtenis kan iedereen overkomen.  Hoe ziet het leven eruit als je blijvend letsel overhoudt aan een ongeval of geconfronteerd wordt met een hartaanval of kanker? Is je gezin in staat om de gevolgen van overlijden door een ongeval financieel op te vangen? Vaak niet. Daarom is er de Ernstige ziekte en ongeval polis.

Maar weinig Nederlanders hebben voldoende maatregelen genomen om zichzelf en hun gezin tegen de financiële gevolgen van ernstige gebeurtenissen te beschermen. Dit is vooral bij zelfstandig ondernemers het geval. Ondernemers kunnen niet terugvallen op regelingen van een werkgever of overheid. Kijk in onderstaand filmpje hoe het echt zit: https://youtu.be/VlMOVIdbuNA

De TAF Ernstige ziekte en Ongeval Polis biedt een ruime financiële tegemoetkoming bij een hartaanval, hersenbloeding of kanker, bij blijvende invaliditeit als gevolg van een ongeval en bij overlijden als gevolg van een ongeval. Zie ook bijgaande Verzekeringskaart .

De voordelen van de Ernstige ziekte en ongeval polis zijn:

-Keuze uit drie dekkingen met een modulaire opbouw. Je kunt er voor kiezen om slechts één van de drie dekkingen te verzekeren, of twee, of alle drie.

-Als je kiest voor de dekking ernstige ziekte in combinatie met de dekking voor blijvende invaliditeit en/of de dekking voor overlijden, ontvang je een korting van 15% op de premie voor de dekking ernstige ziekte.

-Ruime verzekerde bedragen om uit te kiezen. Voor de dekking ernstige ziekte is dat maximaal €25000. Voor de dekking blijvende invaliditeit is dat maximaal €400.000. Voor de dekking overlijden is dat maximaal €200.000.  Je kunt het verzekerde bedrag jaarlijks verhogen of verlagen. En je kunt er elk jaar voor kiezen om een dekking uit uw verzekering te verwijderen of toe te voegen.

-Een dagvergoeding voor ziekenhuisopname of thuisherstel in de dekking voor ernstige ziekte. De dagvergoeding bedraagt tussen € 25,- en € 125,-, afhankelijk van het verzekerd bedrag dat je kiest voor de dekking ernstige ziekte.

-je hoeft geen gezondheidsverklaring in te vullen of medische keuring te ondergaan.

-Zeer betaalbare premie. Voor de dekking overlijden na een ongeval is de premie €0,30 per €1000 verzekerd bedrag per jaar. Voor de dekking blijvende invaliditeit na een ongeval  is de premie €0,55 per € 1000 verzekerd bedrag per jaar. De premie voor de dekking ernstige ziekte is afhankelijk van het gekozen verzekerde bedrag en de leeftijd op de ingangsdatum van de verzekering.

 

Laat je niet langer verrassen door een ernstige gebeurtenis. Neem voor de Ernstige Ziekte en ongeval Polis contact op met Hakze Verzekeringen.

Hoe gaat u de lasten van zieke en arbeidsongeschikte werknemers financieren in januari 2017?

05-04-2016

Financiering lasten van zieke en arbeidsongeschikte werknemers

Loondoorbetalingsverplichting
Een werkgever heeft voor vaste medewerkers een wettelijke loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van 2 jaar( Wet WULBZ). In deze twee jaar hebben werkgever en werknemer verplichtingen voor verzuimbegeleiding en re-integratie. Voor medewerkers met een tijdelijk contract(bepaalde tijd) heeft een werkgever een wettelijke loondoorbetalingsverplichting bij ziekte gedurende het(tijdelijk) dienstverband. Datzelfde geldt ook voor de re-integratie verplichtingen van werkgever en werknemer. Een zieke werknemer kost een werkgever gemiddeld toch zo’n €250 per dag, maar dit kan nog verder oplopen. Dit komt door directe kosten zoals de loondoorbetaling en arbodienstverlening en re-integratie en door indirecte kosten zoals kosten voor vervangend personeel of verlies van productie/dienstverlening (www.verzuimkosten.nl)

WGA Vast
Een ​vaste ​medewerker(contract onbepaalde tijd) die gedeeltelijk(35%-80%) arbeidsongeschikt raakt komt na deze twee jaar​ ziekte/arbeidsongeschiktheid​ in aanmerking voor een WGA-uitkering (Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten). ​Deze WGA lasten worden gedurende een periode van 10 jaar via de gedifferentieerde WGA premie doorbelast aan de werkgever. Ook als de medewerker niet meer in dienst is. Voor dit financiële risico is ​een​ werkgever standaard verzekerd bij ​het ​UWV. ​Een werkgever betaalt aan het UWV dan de WGA Vast premie​.​ ​H​et ​UWV regelt​ dan de verzuimbegeleiding en re-integratie.

Het is ook mogelijk Eigen Risico drager te worden voor deze WGA Vaste lasten. Je bent als werkgever dan privaat(bij een verzekeraar) verzekerd en niet meer via het UWV (premie WGA Vast vervalt dan). Het blijkt dat werkgevers die eigenrisicodrager zijn vaak betere resultaten behalen op het gebied van re-integratie, mede dankzij de ondersteuning die verzekeraars bieden. De totale financiële lasten zijn daardoor vaak lager. Bovendien is er dan niet het risico van een plotselinge premieverhoging als er toch een medewerker in de WGA komt. De premieaanpassing bij verzekeraars is namelijk veel minder fors dan bij het UWV. Het is daarom zeker het overwegen waard om eigenrisicodrager te worden. Zie ook www.uwv.nl/ERD.

WGA Flex 2017
Op 1 januari 2014 is de Wet beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (BeZaVa) in werking getreden, ook wel bekend onder de noemer ‘Modernisering Ziektewet’. Het doel van deze wet is om het ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van “vangnetters” te beperken. Vangnetters zijn mensen die wegens ziekte een ziektewetuitkering krijgen. WGA flex is het laatste onderdeel van de wet Bezava.

Het gevolg van de wet BeZaVa is dat een werkgever die per 1 januari 2017 eigenrisicodrager is (of wordt) voor de WGA , ook de WGA-uitkeringslasten van tijdelijke arbeidskrachten(WGA Flex) moet gaan betalen. Deze werkgevers zijn dan ook verantwoordelijk voor de re-integratie van deze medewerkers.

Vanaf 01-01-2017 kun je dan eigen risico drager worden voor zowel medewerkers met een vast dienstverband (WGA Vast) en medewerkers met een tijdelijk dienstverbanden//flex werkers (WGA Flex). De WGA Vast premie en WGA Flex premie bij het UWV komt dan te vervallen. Deze keuze voor wel of niet eigen risico dragen voor de WGA moet voor 01-10-2016 bij de Belastingdienst zijn ingediend.

ZW Flex
Net als bij de WGA is het vanaf 01-01-2014 mogelijk om ook voor de ziektewet(ZW) eigen risico drager te worden. Je bent dan privaat(bij een verzekeraar) verzekerd en niet meer via het UWV. De ZW-Flex premie bij het UWV is dan niet van toepassing. Als eigenrisicodrager voor de ziektewet betaal je als werkgever zelf de Ziektewet uitkering voor je (ex) werknemers die daar bij ziekte recht of hebben. Ook als ze niet meer bij je werken. Ook preventie-en verzuimbeleid regel je als werkgever dan zelf, samen met de bedrijfsarts of arbodienst. Ook de re-integratie van ziekte werknemers heb je dan zelf in de hand.

Keuze
Voor zowel de Ziektewet als voor de WGA heeft een werkgever dus de keuze tussen het publieke bestel (UWV) of eigenrisicodrager worden met de mogelijkheid dit te verzekeren. Er wordt daarin geen onderscheid meer gemaakt tussen vaste en tijdelijke medewerkers. Bij eigen risico dragen voor de WGA per 01-01-2017 is het interessant te vermelden dat de lopende uitkeringslasten/verplichtingen voor de WGA bij het UWV blijven.

Naar verwachting zullen de premies bij verzekeraars lager liggen dan bij het UWV. De premies van verzekeraars zullen rond juni 2016 bekend worden. Vooral voor de middelgrote en grote werkgevers (loonsom vanaf €300.000 tot €3.000.000) lijkt eigen risico dragen voor WGA en /of ZW interessant te gaan worden. Eigen risico dragen is niet alleen de keuze maken aan welk loket de premies worden betaald. Het is vooral ook een strategische keuze op welke wijze de lasten van zieke- en arbeidsongeschikte werknemers worden gefinancierd en daarbij zelf met behulp van professionals gedurende 12 jaar de regie te voeren inzake de begeleiding en re-integratie. Dus zelf invloed uitoefenen op het beheersen van de schadelast. Laat u daarom zorgvuldig en tijdig voorlichten.

P. Hakze
Hakze Verzekeringen
tel: 0513436270
mail:info@hakzeverzekeringen.nl

Cybercrime, AVG en Privacy. Wat nu?

15-10-2018

Nagenoeg alle bedrijven , organisaties en instellingen zijn volledig afhankelijk van computersystemen ,  ICT-systemen en Internet. We werken massaal digitaal en de digitale risico’s die daarbij horen zijn erg dynamisch en complex geworden. Staat u nog voldoende stil bij onderwerpen als: Cybercrime,  AVG en Privacy?

Cybercrime

Cybercriminaliteit is de snelst groeiende misdaadvorm van de laatste jaren. Steeds meer bedrijven ondernemen online activiteiten en het ‘internet of things’ leidt ertoe dat vrijwel alle apparaten verbonden zijn met internet. Hierdoor wordt de kans op online criminaliteit alleen maar groter. Ook de kans op verlies en diefstal van privacygevoelige gegevens neemt toe. Inbraak in systemen, verlies van bedrijfsgegevens: cybercrime vormt een fors financieel risico voor alle bedrijven. Cybercriminaliteit kost Nederlandse organisaties 10 miljard euro per jaar. Ruim 60% van ondernemend Nederland heeft ermee te maken gehad. Niet alleen grote bedrijven, ook steeds meer kleinere bedrijven worden het doelwit van cybercriminelen.

Cyberincidenten zijn de afgelopen jaren regelmatig in het nieuws geweest: gestolen wachtwoorden, gehackte accounts en DDoS-aanvallen op websites. Dergelijke incidenten hebben vaak financiële schade tot gevolg. Meer info is te zien/lezen op: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/cybercrime

Een cyberrisico heeft specifiek betrekking op het financiële nadeel dat een onderneming oploopt door of via computer- en/of ICT-systemen, zonder dat er sprake is van materiële schade. De drie voornaamste manieren waarop cyberrisico’s ontstaan zijn door een moedwillige aanval van buitenaf, een menselijke fout of door technisch falen. Deze incidenten kunnen verlies of beschadiging van data tot gevolg hebben, (on)toegankelijkheid van systemen, aansprakelijkheid, bedrijfsschade, afpersing en boetes.

Bedrijfsgegevens en persoonsgegevens kunnen in verkeerde handen terecht komen. Maak iedereen in de organisatie/onderneming bewust van de risico’s. Een goede informatiebeveiliging is erg belangrijk. Zorg dat systeem- en software-updates (patches) zo snel mogelijk na beschikbaarheid geïnstalleerd worden. Maak alleen gebruik van beveiligde draadloze netwerkverbindingen of van een vaste aansluiting. Installeer een virusscanner en een firewall. Gebruik moeilijk te raden wachtwoorden en wijzig deze regelmatig. Beveilig uw website met SSL-certificaat. Een SSL-beveiligde website is te herkennen aan de s in: ‘https://’ aan het begin van de URL van een website, een slotje in de adresbalk of een groene adresbalk.

Maak regelmatig Back-ups, klik niet op elke link of e-mail. Maak een dagelijkse back-up van gegevens, Koppel externe harddisk of NAS los na het maken van een backup, Beveilig uw backup-bestanden Doe een regelmatige controle van gemaakte back-ups.
Maak medewerkers ook bewust van de cyberrisico’s waar zij mee te maken kunnen krijgen en leer ze hoe ze deze risico’s kunnen signaleren en beperken. Meer info over preventie en beveiliging is te zien/lezen op:https://veiliginternetten.nl/bescherm-je-bedrijf-tegen-cybercrime/   en  https://www.politie.nl/themas/cybercrime.html  .

Cyberverzekering

Overweeg een cyberverzekering te sluiten. Met een cyberverzekering ben je doorgaans verzekerd tegen de gevolgen van systeeminbraak, digitale aansprakelijkheid, diefstal van privacygevoelige gegevens, hacking en afpersing.

Het is natuurlijk mogelijk dat een IT-systeem uitvalt door een hack of een virus. Toch is de kans dat de oorzaak bij intern menselijk handelen ligt, veel groter.  Ook systeemupdates, verkeerde instellingen en zelfs stroomuitval kunnen leiden tot systeemuitval.
De meeste cyberverzekeringen beperken zich echter tot de vaak benoemde oorzaken, zoals virussen of hacks. Organisaties die hun IT-systemen uitbesteden aan gespecialiseerde IT bedrijven lopen extra risico. Want ook die systemen kunnen uitvallen. Tegemoetkoming voor eventuele bedrijfsschade wordt contractueel vaak afgedekt, waardoor er beperkt schade bij deze IT Bedrijven is te verhalen. De meeste cyberverzekeringen blijken te beperkt in hun reikwijdte.

Voor ‘zichtbare’ risico’s als brand, wordt een verzekering als ‘normaal’ gezien. Dit is begrijpelijk, aangezien een brand zeer impactvol kan zijn voor een onderneming. Kijkend naar de risico’s en de gevolgen van systeemuitval – wat ook een enorme impact op een onderneming heeft – is een verzekering hiervoor vaak niet zo vanzelfsprekend. IT systemen zijn bij veel organisaties immers minstens zo belangrijk en onmisbaar als fysieke gebouwen; langdurig uitval ervan kan ernstige gevolgen hebben.

De afhankelijkheid van IT-systemen is groot. Uitval ervan beïnvloedt niet alleen de medewerkers en het werkproces van de organisatie, het kan ook negatieve invloed hebben op klanten en de reputatie. Maar ook uitval bij leveranciers, andere dan IT dienstverleners, kan grote gevolgen hebben. Als een van de weinige verzekeraars in Nederland kent verzekeraar Chubb ook dekking voor de herstelkosten voor verlies van datagegevens en eigen schade/bedrijfsschade door stilvallen van activiteiten door stroomuitval, een spanningspiek of spanningsdaling, door operationele fouten, menselijke fouten of programmeerfouten. Er is ook dekking voor computersystemen die door externe dienstverleners en zakelijke partners worden beheerd, bijvoorbeeld backup, hosting of cloudhosting. Wilt u meer weten over deze verzekeringsoplossing neem dan contact met ons op!

Verwerken van gegevens /Algemene verordening gegevensverwerking(AVG)

Uw bedrijf verwerkt  al snel persoonsgegevens. Denk aan het verzamelen, vastleggen, bewerken en raadplegen van gegevens van medewerkers of klanten. U verwerkt al gegevens als u een telefoonnummer of e-mailadres van een klant opslaat.  Dit betekent dat u zich moet houden aan de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De nieuwe Europese privacywet geldt voor álle organisaties die persoonsgegevens verwerken. Dus ook voor kleine mkb’ers en zzp’ers die gegevens verwerken. Deze Europese wet regelt de bescherming van persoonsgegevens. Als ondernemer bent u verplicht om extra maatregelen te nemen als u gegevens over klanten, personeel of andere personen vastlegt. Bedenk dat de Autoriteit Persoonsgegevens uw bedrijf sancties kan opleggen van maximaal € 20 miljoen of 4% van uw wereldwijde omzet als u zich niet aan de privacywetgeving houdt.
Voor verwerken en bewaren van bijzondere persoonsgegeven gelden strengere regels. Bijzondere persoonsgegevens zijn Burgerservicenummers (BSN) of gegevens die iets zeggen over ras, gezondheid, politieke voorkeur, seksueel leven of godsdienst van een persoon. De verwerking van bijzondere persoonsgegevens is verboden, tenzij u zich kunt beroepen op een wettelijke uitzondering én op één van de grondslagen voor het verwerken van ‘gewone’ persoonsgegevens. Meer informatie vindt u op: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-nieuwe-europese-privacywetgeving/mag-u-persoonsgegevens-verwerken#wanneer-mag-u-bijzondere-persoonsgegevens-verwerken-6341

De Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) legt de verantwoordelijkheid bij u als bedrijf om aan te tonen dat u aan de privacyregels voldoet. De AVG-regels dwingen u om goed na te denken over hoe uw organisatie persoonsgegevens verwerkt en beschermt. De verantwoordingsplicht houdt in dat u moet kunnen aantonen dat uw verwerkingen aan de regels van de AVG voldoen. Dit is wettelijk verplichte wetgeving.

Verwerkingsregister
Als ondernemer laat u zien dat uw bedrijf zich aan de privacywet houdt door alle persoonsgegevens die uw bedrijf verwerkt nauwkeurig te documenteren in een verwerkingsregister. Hierin legt u vast welke persoonsgegevens uw bedrijf verzamelt, met welk doel, en voor hoelang. U mag zelf weten hoe u het register opstelt. Als de Autoriteit Persoonsgegevens daar om vraagt, moet u het register direct kunnen laten zien. Het bijhouden van een register van verwerkingsactiviteiten is onderdeel van de verantwoordingsplicht. Meer informatie over het opstellen van een register en de eisen waaraan u moet voldoen vindt u op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens: http://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving/verantwoordingsplicht

Privacy rechten
Op grond van de AVG hebben de mensen van wie u persoonsgegevens verwerkt meer en verbeterde privacy rechten. Zorg ervoor dat zij hun privacy rechten goed kunnen uitoefenen. Denk daarbij aan het recht op inzage en het recht op correctie en verwijdering. Maar houdt ook rekening met het recht op dataportabiliteit. Bij dit recht moet u ervoor zorgen dat betrokkenen hun gegevens makkelijk kunnen krijgen en vervolgens kunnen doorgeven aan een andere organisatie als ze dat willen. Ook kunnen mensen bij de Autoriteit Persoonsgegevens een klacht indienen over de manier waarop u met hun gegevens omgaat. Een verwerkingsregister komt hierbij van pas.

Beveiliging persoonsgegevens
Bedrijven die persoonsgegevens verwerken moeten deze volgens de AVG beveiligen. U moet beveiligingsmaatregelen nemen om persoonsgegevens onbegrijpelijk of ontoegankelijk te maken voor onbevoegden, zoals het versleutelen van gegevens (encryptie) of wachtwoordbeveiliging op het document. Encryptie is het versleutelen van informatie om die te beveiligen tegen cybercriminelen. Dit gebeurt aan de hand van een moeilijke wiskundige formule (algoritme). Dit kan op verschillende manieren:
1. Alle data op een computer versleutelen
Dit kan met software van bijvoorbeeld Sophos, Eset en Kaspersky. Bij het gebruik van deze software wordt er een encryptiesleutel (key) aangemaakt, die u nodig heeft om de documenten te ontsleutelen. Windows 10 heeft een gratis ingebouwde encryptietool: BitLocker.
2. Losse bestanden versleutelen
Dit kan handig zijn als u privacygevoelige data wilt bewaren op uw computer of in een Cloud- omgeving. Dit kan onder meer met software van Veracrypt of AxCrypt.
3. Data tussen een gebruiker en website versleutelen
Ook websites maken steeds vaker gebruik van encryptie, meestal met een SSL-certificaat. Zo’n site herkent u aan ‘https://’ aan het begin van de URL van een website. Een SSL-beveiliging zorgt ervoor dat het gegevensverkeer van en naar uw website wordt versleuteld, waardoor derden niet of nauwelijks kunnen zien wat er gecommuniceerd wordt of wat een bezoeker op uw website heeft ingevuld of opgevraagd.

Verwerkersovereenkomst
U geeft andere partijen toegang tot persoonsgegevens of schakelt hen in om persoonsgegevens voor u te verwerken? Bijvoorbeeld voor het uitvoeren van uw personeels- en salarisadministratie of omdat zij voor u persoonsgegevens opslaan in de cloud. U moet dan met hen een ‘verwerkersovereenkomst’ afsluiten. Zo sluit u uit dat de andere partij de persoonsgegevens voor eigen doelen mag verwerken.  Op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens vindt u meer informatie over de verwerkersovereenkomst en wat hierin moet komen te staan: http://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving/verantwoordingsplicht .
Let op: als u een externe partij gegevens voor u laat verwerken, bent u nog steeds zélf verantwoordelijk voor de naleving van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Privacyverklaring
Het is wettelijk verplicht  om een website te voorzien van een privacyverklaring als een bedrijf of organisatie persoonsgegevens verwerkt. U moet klanten en bezoekers duidelijk informeren welke gegevens er worden verzameld op uw website en met welk doel dit gebeurt. Meestal staat zo’n verklaring op een aparte pagina die eenvoudig te vinden is voor bezoekers. Een privacyverklaring moet in elk geval het volgende vermelden:
• De naam en adresgegevens van het bedrijf
• Met welk doel gegevens worden verwerkt (denk aan adresgegevens bij een bestelling of vastleggen van IP-adressen)
• Hoe het zit met het recht op inzage en wijziging van de gegevens
Op de website www.veiliginternetten.nl staat een privacyverklaring generator die u helpt om een privacyverklaring te maken die is toegespitst op uw bedrijf.

Cookiebeleid
Maakt u gebruik van cookies op uw website? Cookies zijn kleine tekstbestanden die websites na uw bezoek plaatsen op uw computer, mobiele telefoon of tablet. De overheid heeft bepaald dat elk bedrijf dat gebruik maakt van cookies op zijn website een cookiebeleid of cookieverklaring op de website moet plaatsen. Daarin beschrijft u wat cookies zijn, welke cookies u gebruikt, voor welk doel u ze gebruikt en hoe bezoekers van uw website cookies in en uit kunnen schakelen. Bepaalde cookies mag u pas plaatsen nadat een bezoeker hier toestemming voor heeft gegeven.

Zorgen ervoor dat uw organisatie/bedrijf klaar is voor de nieuwe Europese Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG). Voor meer informatie kijk bij: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/avg-europese-privacywetgeving

Meldplicht Datalekken
Sinds 1 januari 2016 geldt er meldplicht bij datalekken. Bij een datalek gaat het om toegang tot of vernietiging, wijziging of vrijkomen van persoonsgegevens bij een organisatie zonder dat dit de bedoeling is van deze organisatie. De meldplicht datalekken houdt in dat organisaties (zowel bedrijven als overheden) direct een melding moeten doen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zodra zij een ernstig datalek hebben. En soms moeten zij het datalek ook melden aan de betrokkenen (de mensen van wie de persoonsgegeven zijn gelekt) . Meer informatie is te lezen/zien op: https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl/onderwerpen/beveiliging/meldplicht-datalekken

 

 

Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering

Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB)

Bedrijven en instellingen kunnen aansprakelijk(contractueel, wettelijk) worden gesteld voor allerlei gebeurtenissen. Of een aansprakelijkheidsclaim succes heeft, hangt af van de wetgeving en de omstandigheden van het voorval. Voor een adequate verzekeringsdekking zijn bedrijven en instellingen aangewezen op een of meer aansprakelijkheidsverzekeringen. Een van die verzekeringen waar geen enkel bedrijf buiten kan is de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven; hierna afgekort als AVB. Een AVB biedt dekking tegen schade aan zaken en personen(bijvoorbeeld letselschade) en alle daaruit voortvloeiende gevolgschade die een verzekerd bij een derde veroorzaakt en waarvoor hij aansprakelijk is

Ieder bedrijf, groot of klein, heeft een AVB nodig. Als een klein bedrijf in het woonhuis gevestigd is van de ondernemer is een AVB nog steeds nodig.
De aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) van de ondernemer als privépersoon, biedt namelijk geen dekking; ook niet voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten.

Vormen van aansprakelijkheid:

Aansprakelijkheid voor personeel/ondergeschikten en niet-ondergeschikten
Een werkgever is aansprakelijk voor de schade die zijn werknemers/ondergeschikten veroorzaken tijdens het uitoefenen van het werk waarvoor zij zijn aangenomen. Een opdrachtgever is ook aansprakelijk voor de schade die een niet-ondergeschikte aan een ander heeft toegebracht.

Aansprakelijkheid voor schade aan personeel/ ondergeschikten
Een werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers/ondergeschikten tijdens het werk. Als werkgever bent u volgens
artikel 7:658 BW aansprakelijk voor schade die een werknemer/ondergeschikte oploopt tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden (binnen werkomgeving en werktijden). De werkgever is niet aansprakelijk als de werkgever aantoont dat die schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer/ondergeschikte of dat de werkgever heeft voldaan aan de zorgplicht. Die zorgplicht houdt in dat een werkgever moet zorgen voor een veilige werkomgeving. Een werkgever is zelfs op grond van de Arbeidsomstandighedenwet(ARBO-Wet) verplicht maatregelen te treffen zodat personeel/ondergeschikten onder veilige omstandigheden kunnen werken. Zo moet alles op de werkvloer van machines tot gereedschappen aan bepaalde eisen voldoen. Bovendien moet de werkgever er op toezien dat de veiligheidsvoorzieningen ook worden gebruikt en de veiligheidsinstructies worden nageleefd.

De Hoge Raad en verdergaande jurisprudentie heeft nu geoordeeld dat de zorgplicht van de werkgever verder gaat. De zorgplicht geldt dan ook buiten de werkomgeving en werktijden(wel werkgerelateerd ) Op grond van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) heeft een werkgever zelfs een schadevergoedingsplicht. Een werkgever dient te zorgen voor een adequate verzekering voor werknemers/ondergeschikten. Alleen een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is vaak niet een adequate verzekering. Er zijn verzekeraars die alleen dekking bieden voor de aansprakelijkheid die voortvloeit uit artikel 7:658 BW en de aansprakelijkheid van artikel 7:611 BW uitsluiten. Ook zijn er verzekeraars die geen wetsartikelen noemen. Het is dan maar de vraag of de verzekering dekking zal verlenen voor schade op grond van artikel 7:611 BW. Uitspraken van de Hoge Raad verplichten werkgevers aanvullende verzekeringen te sluiten, zoals bijvoorbeeld ongevallenverzekeringen of werknemersschadeverzekeringen.

Aansprakelijkheid voor gebouwen
Als gebreken aan gebouwen ergens schade hebben veroorzaakt, bent u als ondernemer aansprakelijk als u in gebreke bent gebleven. Dat is het geval als u het gebouw slecht heeft onderhouden of als er ergens een gebrek is in de bouw. Het maakt niet uit of u van de gebreken op de hoogte was.

Aansprakelijkheid voor producten
In het geval van productaansprakelijkheid is de producent aansprakelijk voor de schade die een product als gevolg van een gebrek heeft veroorzaakt aan een natuurlijk persoon. Het gaat dus niet om schade aanhet gebrekkige product zelf, maar om een schade die dit product heeft veroorzaakt (gevolgschade).

Aansprakelijkheid voor milieuschade
Als ondernemer bent u aansprakelijk voor de schade die uw bedrijf aan het milieu toebrengt,ook al heeft u een milieuvergunning. Ondernemer/bedrijven kunnen aansprakelijk worden gesteld voor eventuele milieuschade (verontreinigingvan bodem, lucht en water, maar ook geluids- of visuele hinder).

Wie zijn er verzekerd op een AVB?

In de polisvoorwaarden van een willekeurige AVB-verzekeraar staat daarover:

De verzekerden zijn:
1.4.1 verzekeringnemer alsmede de vennoten, firmanten, commissarissen en bestuurders, optredend binnen de verzekerde hoedanigheid.
1.4.2 ondergeschikten, huisgenoten en familieleden van verzekeringnemer ten aanzien van de
werkzaamheden die zij voor hem verrichten.
1.4.3 personeelsverenigingen, eigen pensioenfondsen en andere fondsen, instellingen en stichtingen opgericht in het kader van de verhouding tussen verzekeringnemer en zijn ondergeschikten, alsmede
de bestuurders en de ondergeschikten daarvan, handelend als zodanig.

Een ruime omschrijving, maar zeker nodig. Ondergeschikten is een ruimer begrip dan werknemers. Stagiares en ingeleend personeel vallen ook onder het begrip ondergeschikten. Het sluit naadloos aan bij de wet die ook spreekt van ondergeschikten.

De verzekerde hoedanigheid/activiteit.

De verzekerde hoedanigheid binnen de AVB staat vermeld op de polis. Het is mogelijk dat de omschrijving niet of niet volledig overeenkomt met de werkelijkheid. Het risico bestaat dan dat een eventuele schade niet in behandeling wordt genomen. Een juiste hoedanigheid op de polis is dan ook van groot belang.

Risico inloop en uitloop

Verzekeraars letten goed op claims waarbij de gemelde schade zijn oorsprong heeft uit een gebeurtenis/moment in het verleden. Bijvoorbeeld een schade op het gebied van een beroepsziekte/werkgeversaansprakelijkheid is in financieel opzicht vaak omvangrijk. Daarom wordt het cruciale moment om te bepalen of er wel of geen dekking bestaat vaak gelegd bij het moment van schademelding. De schademelding moet plaatsvinden voor de einddatum van de overeengekomen verzekeringstermijn(binnen feitelijke looptijd verzekering volgens de polis). Het inlooprisico houdt in dat de schade is ontstaan voor de ingangsdatum van de verzekering en dat de schade na de ingangsdatum van de verzekering is gemanifesteerd en gemeld bij de verzekeraar. Bij het uitlooprisico ontstaat een schade binnen de verzekeringsperiode maar openbaart de schade zich na de verzekeringsperiode. Bij uitloop is het belang een mogelijke gebeurtenis/schade tijdig te melden bij de verzekeraar(omstandighedenmelding) Bij verandering van verzekering is het dus van groot belang te letten op inloop en uitloop.

Uitzonderingen op de AVB

De AVB heeft net als iedere verzekering uitsluitingen. Onderstaand de belangrijkste uitsluitingen op een rij.

Beroepsaansprakelijkheid
Sommige bedrijven hebben niet genoeg aan een AVB voor het afdekken van aansprakelijkheidsrisico’s die de continuïteit van de onderneming bedreigen. Een AVB dekt dus alleen zaakschade en personenschade, maar geen “zuivere” vermogensschade. Zuivere vermogensschade is schade waar geen zaak- of personenschade aan voorafgegaan is. Dit wordt ook wel beroepsaansprakelijkheid genoemd. Voorbeeld:

Een notaris maakt een fout in de procedure bij de koop/verkoop van een woning; de eigendomsrechten staan ter discussie. De cliënt van de notaris leidt daardoor een aanzienlijk vermogensverlies waarvoor de notaris met succes wordt aangesproken. Deze aansprakelijkheidsclaim is zuivere vermogensschade en is niet gedekt op de AVB.

Motorrijtuigen
De aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door een motorrijtuig en/of de daarop gemonteerde werktuigen is niet gedekt. Op de uitsluiting voor motorrijtuigen kennen veel AVB’s de insluiting voor auto’s van werknemers. Voorbeeld: Een werknemer maakt een dienstreis in zijn eigen auto en hij veroorzaakt onderweg een ongeval waardoor hij aansprakelijk is. Omdat het een dienstreis is, is tegelijkertijd zijn werkgever ook aansprakelijk. Het slachtoffer kan kiezen: de (WA-verzekeraar) van de werknemer aanspreken en/of de werkgever. Door de insluiting die ook wel bekend staat als de “non-ownersliability” clausule (“niet-eigenaarsaansprakelijkheid”) is er dekking op de AVB, ondanks de uitsluiting voor motorrijtuigen.

Schade(zaak/letsel) van een ondergeschikte(medewerker) die een motorrijtuig bestuurt is altijd uitgesloten.

Schade aan geleverde zaken
Bijvoorbeeld een medewerker van een bedrijf installeert bij een klant een glazen kookplaat. Hierbij laat hij tijdens de installatie een hamer vallen waardoor de kookplaat beschadigd raakt.

Opzet
Wanneer een verzekeringsnemer/verzekerde bedrijf zelf opzet pleegt, kan de verzekeraar elke dekking ontzeggen. Opzet van de kant van een medewerker betekent echter niet dat een willekeurige derde de dupe wordt.

Opzicht
Niet gedekt is de aansprakelijkheid voor schade aan zaken die het gevolg is enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat een verzekeringsnemer/verzekerde bedrijf of iemand namens hem die zaken vervoert, huurt, gebruikt, bewerkt, behandelt, repareert of om enige andere reden “onder zich heeft”.

Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurders van rechtspersonen zijn niet met hun privé-vermogen aansprakelijk omdat zij handelen namens de B.V., N.V. of andere rechtsvorm(Vereniging,Stichting). Bestuurders kunnen echter op grond van verschillende wettelijke bepalingen(onbehoorlijk bestuur) wel persoonlijk (hoofdelijk)aansprakelijk worden gesteld voor handelingen van het bedrijf, instelling of vereniging waarvan zij bestuurder zijn. Naast de bestuurder kan de persoonlijke aansprakelijkheid ook gelden voor de feitelijke bestuurders. Dat zijn degenen die het beleid van de organisatie (mede) hebben bepaald.

Arbowet. Is uw bedrijf er klaar voor?

Zo houdt u zich aan de Arbowet.

Het is belangrijk dat u zich aan de Arbowet houdt. Want goede arbeidsomstandigheden zijn van groot belang en als u zich niet aan uw verplichtingen houdt, riskeert u een boete. Maar welke verplichtingen gelden er precies? In dit artikel zetten we een aantal belangrijke punten voor u op een rij.

In de Arbowet staat dat werkgevers verplicht zijn om samen met hun werknemers te werken aan een gezonde en veilige werkomgeving. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij u als werkgever. U heeft onder andere te maken met de volgende verplichtingen, die we daarna stuk voor stuk toelichten.

• Risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E)
• Preventiemedewerker
• Bedrijfshulpverlener (BHV’er)
• Bescherming tegen psychosociale belasting

Risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E)
In de risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) staan de risico’s voor het personeel en de maatregelen die uw bedrijf daartegen neemt. Ieder bedrijf met personeel moet er een hebben. Laat u maximaal 40 uur per week arbeid verrichten (alle werknemers bij elkaar opgeteld)? Dan volstaat een checklist gezondheidsrisico’s. De RI&E moet getoetst worden door een arbodeskundige, tenzij er een goedgekeurd RI&E-instrument van een branchevereniging wordt gebruikt (waarover soms afspraken in de CAO zijn gemaakt). Bij meer dan 25 werknemers is toetsing altijd verplicht.

Preventiemedewerker
Elk bedrijf moet ten minste 1 preventiemedewerker hebben. Dit kan een medewerker zijn die deze functie ernaast doet. Bij bedrijven met minder dan 25 werknemers mag dit ook de directeur zijn. Het mag niet iemand van buiten zijn, behalve als het niet mogelijk is om binnen het bedrijf iemand aan te stellen. De preventiemedewerker moet voldoende deskundig en ervaren zijn, en voldoende tijd krijgen voor zijn taken. In de RI&E moet staan hoe werknemers in contact kunnen treden met de preventiemedewerker.

Een preventiemedewerker heeft drie wettelijke taken:
1. (Mede) opstellen en uitvoeren van de RI&E.
2. Adviseren van–en samenwerken met–de OR of personeelsvertegenwoordiging over maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid.
3. Uitvoeren van arbomaatregelen.

Bedrijfshulpverlener (BHV’er)
Een bedrijfshulpverlener (BHV’er) is opgeleid om in geval van nood de werknemers en klanten in veiligheid te brengen. Hij weet bijvoorbeeld hoe hij mensen uit een brandend gebouw moet krijgen en hij kan reanimeren en EHBO verlenen. De directeur van een bedrijf mag zelf ook BHV’er zijn. Er moet wel altijd iemand aanwezig zijn die zijn taken kan overnemen als hij afwezig is. Het aantal BHV’ers is niet wettelijk vastgelegd. Maar er moet uiteraard wel rekening worden gehouden met de grootte van het bedrijf en de risico’s.

Enkele aandachtspunten voor goede bedrijfshulpverlening:
•Laat BHV’ers (herhalings)cursussen volgen en zorg dat er regelmatig geoefend wordt.
•Spreid BHV’ers zo veel mogelijk over de verschillende locaties/afdelingen in het bedrijf en zorg voor voldoende BHV’ers tijdens bijvoorbeeld nachtdiensten of speciale evenementen.
•Verplicht werknemers niet om BHV’er te worden. Wel kunnen medewerkers gestimuleerd worden met een jaarlijkse vergoeding voor deze extra taken.

Bescherming tegen psychosociale belasting
Bedrijven zijn verplicht om hun werknemers te beschermen tegen psychosociale belasting. Zij moeten hiervoor een beleid opstellen en uitvoeren. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan hiervan een onderdeel zijn. Die is er voor medewerkers die meldingen of klachten hebben over ongewenst gedrag, zoals agressie en geweld, ongewenste intimiteiten, pesten en discriminatie. Een vertrouwenspersoon bekijkt welke oplossingen er zijn en adviseert over het voorkomen van ongewenst gedrag.

Enkele aandachtspunten bij het aanstellen van een vertrouwenspersoon:
•U kunt kiezen voor een interne vertrouwenspersoon of een vertrouwenspersoon buiten het bedrijf: bijvoorbeeld via de arbodienstverlener of brancheorganisatie.
•Het is niet verstandig om een personeelsfunctionaris of een bedrijfsmaatschappelijk werker aan te stellen als vertrouwenspersoon, want dit kan botsen met de reguliere taken.

Bronnen en meer informatie
• www.arboned.nl
• www.arboportaal.nl
• www.rie.nl

Bonus-Malusladder en schadevrije jaren hoe werkt het?

Schadevrije jaren en de bonus/malusladder

Iemand die een jaar schadevrij rijdt, krijgt er aan het begin van het nieuwe verzekeringsjaar één schadevrij jaar bij. Hij stijgt daarmee ook één trede op de bonus/malusladder. Daarmee wordt hij op de volgendepremievervaldag beloond met een steeds hoger wordende korting (bonus) op de basispremie. Wel in een jaar schade veroorzaken betekent in principe het verlies van korting. In het uiterste geval kan een korting zelfs omgezet worden in een toeslag(malus).

Het uitgangspunt is de basispremie voor WA en casco. Een startende autorijder begint vaak in trede 2(0% korting).
Trede 1 betekent: malus en in dit geval een toeslag op de basispremie van 20%. De inschaling op de bonus/malusladder kan per
verzekeraar verschillen. Factoren van belang voor de inschaling zijn: leeftijd regelmatige bestuurder; aantal te rijden kilometers per jaar;woonplaats regelmatige bestuurder.

Wat is het effect van een schade op de premiekorting? Zie onderstaand voorbeeld bonus/malussystematiek:

Piet (27 jaar) woont in een dure regio. De basispremie voor zijn opel bedraagt voor WA € 725 en voor casco € 1.195. Hij verwacht dat hij per jaar niet meer zal rijden dan 20.000 kilometer. De éénmalige poliskosten bedragen €12. Piet wil een WA + cascoverzekering. Piet wordt ingeschaald op trede 4 (basistrede + 2). Dat betekent een premiekorting van 25%. De basispremie bedraagt (€725 + € 1.195 =) € 1.920.
Na verrekening van de bonuskorting bedraagt de premie: (€ 1.920 -/- 25%=) € 1.440 + € 12 poliskosten= € 1.452 + 21% assurantiebelasting = € 1.756,92.

Als Piet vervolgens twee jaar geen schuldschade claimt (men zegt: hij rijdt twee jaar schadevrij) stijgt hij 2 treden op de bonus/malusladder (trede 6; 40% korting).
Zijn polisblad (of factuur) vermeldt: “2 schadevrije jaren”. Als Piet in het derde verzekeringsjaar een schuldschade claimt, zakt hij op de bonusmalusladder van trede 6 naar trede 3(15% korting). Op zijn polisblad (of factuur) komt te staan: “-1 schadevrije jaar”. Hoe komt dat? Zijn aanvangstrede met “0” schadevrije jaren is 4. Marco “zakt” daar nog eens één trede onder en komt op trede 3; trede 3 min trede 2 = “-1”.

Schade claimen of niet claimen?

Stel dat in ons voorbeeld Piet in het derde verzekeringsjaar een kleine schade aan zijn opel veroorzaakt, omdat hij tegen een laag paaltje is gebotst. Het schadebedrag bedraagt € 475. Wat is dan wijsheid? Claimen of niet claimen? Marco heeft een eigen risico van € 150. Uitbetaling van de schade levert Marco wel geld op, maar uiteindelijk is niet claimen voordeliger dan wel claimen. Piet gaat door wel te claimen, in de aankomende jaren fors meer premie betalen.

Naar een andere autoverzekeraar

Enige jaren geleden zijn motorrijtuigverzekeraars overgegaan naar het digitaal opslaan van het aantal schadevrije jaren die klanten opbouwen. Dit systeem heet: Roy-data. Als een verzekerde overstapt naar een andere autoverzekeraar, geeft de oude autoverzekeraar door op hoeveel schadevrije jaren de vertrekkende verzekeringnemer recht heeft. De nieuwe autoverzekeraar kan Roy-data ook raadplegen en neemt het aantal schadevrije jaren over voor de inschaling op de bonus/malusladder op de nieuwe polis.

Elektrische Installatie vaak oorzaak van brand

Praktische preventietips voor uw elektrische installatie

Voorkomen is beter dan blussen!

Brand kan voor grote problemen zorgen, ook als u goed verzekerd bent. Het voortbestaan van uw bedrijf kan zelfs gevaar lopen, bijvoorbeeld omdat uw klanten dan naar de concurrent gaan. Het is dus belangrijk dat u brand voorkomt. Uw elektrische installatie verdient daarbij uw speciale aandacht, omdat branden vaak worden veroorzaakt door elektrische installaties. Bijvoorbeeld door een slecht ontwerp, verkeerde aanleg of slecht onderhoud. Veel oorzaken liggen echter ook bij de gebruikers en kunnen heel eenvoudig worden voorkomen.

Hoofdoorzaak: slechte aanleg en onderhoud elektrische installatie
Ook als het ontwerp van een elektrische installatie goed is, kan het fout gaan als de installatie niet goed wordt aangelegd. Bovendien kan een installatie na enige tijd gebreken vertonen. Maar liefst 60% van alle branden door elektrische installaties heeft hiermee te maken. Daarom is het belangrijk dat u de installatie periodiek laat onderhouden en inspecteren volgens de eisen van de NEN 3140. Deze norm beschrijft de inspectie en het onderhoud van elektrische installaties, apparaten en toestellen (zoals een koffieapparaat of boormachine). Ook wordt exact beschreven hoe een inspectie moet worden uitgevoerd, zodat materiële schade en letselschade wordt voorkomen.

Tip 1: Schakel een gecertificeerd bedrijf in
De NEN 3140 is een zeer uitgebreide en ingewikkelde norm. Daarom kunt u het beste een gecertificeerd bedrijf inhuren voor de inspectie van uw elektrische installatie. Zo weet u zeker dat alles voldoet aan de NEN 3140.
Ontwerp is ook belangrijk
Ook het ontwerp van uw elektrische installatie is erg belangrijk voor de brandveiligheid. Er gelden dan ook zeer strenge, verplichte veiligheidsbepalingen. Deze zijn opgenomen in de NEN 1010. Deze norm beschrijft beschermingsmaatregelen, de keuze van elektrisch materiaal en de installatie hiervan.

Tip 2: Nieuw bedrijfsgebouw? Laat de elektrische installatie controleren!
Ongeveer 30% van de afwijkingen in gebouweninstallaties is het gevolg van een fout in het ontwerp. Bij de aanschaf of ingebruikname van een bedrijfsgebouw is het dus erg belangrijk dat u laat controleren of de elektrische installatie in orde is en voldoet aan de NEN 1010.
Regelmatige inspectie en onderhoud van de elektrische installaties in een gebouw verkleinen het brandrisico enorm. Maar dat betekent nog niet dat alles veilig is. Veel branden ontstaan namelijk door aangesloten apparaten. Regelmatige inspectie en onderhoud van de aangesloten apparatuur is dus minstens zo belangrijk!
Simpele organisatorische maatregelen
De oorzaak van een brand ligt vaak bij de gebruikers van apparatuur. Brand wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door:
• overbelasting van tafelcontactdozen;
• stopcontacten die niet meer in orde of niet geaard zijn;
• blootliggende of beschadigde bedrading;
• gebrekkige verbinding tussen draden (bijvoorbeeld met papiertape of een kroonsteentje);
• niet volledig afgerolde kabelhaspels;
• apparaten die onnodig worden aangelaten;
• brandbare materialen in de buurt van warmtebronnen, zoals lampen en kachels;
• gevaarlijke elektrische apparaten zonder toezicht;
• verouderde en/of sterk vervuilde apparatuur;
• verouderde TL-armaturen.

Simpele maatregelen zijn vaak al genoeg om schade te voorkomen. Vaak is het een kwestie van gezond verstand en kan iedereen inzien dat een situatie brandgevaarlijk is. Helaas ontsnapt het vaak toch aan de aandacht, doordat ondernemers druk zijn met hun dagelijkse werk. Hieronder vindt u vijf tips waarmee u risico’s eenvoudig kunt verkleinen.

Vijf praktische tips
1. Sluit niet te veel apparaten aan op tafelcontactdozen. Zo voorkomt u oververhitting en brand.
2. Instrueer uw medewerkers om computers, monitoren en andere apparatuur aan het einde van de dag volledig uit te schakelen en niet op standby te laten
staan.Ze trekken zo minder stof aan, wat de kans op kortsluiting en brand verkleint.
3. Vervang oude en slechte apparatuur op tijd. Slijtage kan namelijk leiden tot hittewerking of onvolledige kortsluiting, met brand tot gevolg.
4. Bewaar geen brandbare stoffen in de buurt van apparatuur die vonken veroorzaakt of veel warmte ontwikkelt.
5. Let bij het aanschaffen van apparatuur erop of deze voldoet aan de Europese regelgeving. Het CE-keurmerk geeft aan dat het product voldoet aan
wettelijke eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. U leest er meer over op de website van de Rijksoverheid.

Het kost u weinig tijd om u aan deze tips te houden. Maar het kan enórme problemen voorkomen. Veel succes met ondernemen!

Aansprakelijkheid van werkgevers voor ZZP-ers. Dat is toch verzekerd op mijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering?

28-11-2018

De aansprakelijkheid van werkgevers voor ZZP-ers

In bepaalde sectoren, zoals bijvoorbeeld de bouw, komt het regelmatig voor dat bedrijven ZZP-ers inschakelen. De naam ZZP wekt de indruk dat we te maken hebben met zelfstandigen die helemaal onafhankelijk van de werkgever/degene die hem inschakelt werkzaam zijn. In bepaalde situaties is degene die hem inschakelt wel degelijk aansprakelijk voor schade die een ZZP-er veroorzaakt en voor schade die een ZZP-er zelf lijdt. Er zijn  dantwee zaken die van belang zijn.

Is de ZZP-er een ondergeschikte?

Allereerst moet gekeken worden naar de verhouding tussen de ZZP-er en degene die hem inschakelt. Centraal staat de vraag of de ZZP-er werkzaam is als ondergeschikte. Een ondergeschikte is iemand die onder leiding en gezag van iemand anders werkzaamheden uitvoert. Als je werkt voor een werkgever die zeggenschap heeft over wat en hoe je moet werken, dan ben je een ondergeschikte. Een ondergeschikte hoeft niet per sé in loondienst werkzaam te zijn. Ook een stagiaire, uitzendkracht of ZZP-er kan een ondergeschikte zijn. Dit is geregeld in de artikel 7: 658 lid 4 BW. Het gaat er om dat iemand anders namens de werkgever leiding aan je werk geeft. Een ZZP-er die geheel zelfstandig werkt en alleen gebonden is aan het contract, is geen ondergeschikte van degene voor wie hij werkt.

Welke werkzaamheden verricht de ZZP-er?

Een tweede criterium is de aard van de werkzaamheden die de ZZP-er verricht. In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad aangeven dat de zorgplicht van een werkgever(en dus de daaruit voortvloeiende werkgeversaansprakelijkheid) ook van toepassing kan zijn op ZZP-ers die werkzaamheden verrichten die feitelijk tot de uitvoering van het beroep of het bedrijf van opdrachtgever behoren. Dat is niet beperkt tot de kernactiviteiten, het kan ook gaan om ondersteunende activiteiten (facilitaire activiteiten) die bij de gebruikelijke uitvoering van het beroep of bedrijf horen. Dit moet overigens voor het individuele bedrijf beoordeeld worden, er zijn geen algemene regels op dit punt. Als een ZZP-er werkzaamheden uitvoert die normaal gesproken niet worden uitgevoerd door degene die hem inschakelt, dan is er geen sprake van zorgplicht/werkgeversaansprakelijkheid.

Denk bijvoorbeeld aan een ZZP-er die als hovenier wordt ingehuurd om de tuin van een advocatenkantoor te onderhouden of aan een ZZP-er die als timmerman door een manege wordt ingehuurd om een stal te repareren. Dit zijn werkzaamheden die hoogstwaarschijnlijk niet behoren tot de gebruikelijke bedrijfsuitoefening van het betreffende advocatenkantoor c.q. de betreffende manege. De rechtsverhouding is dan te kwalificeren als een overeenkomst van opdracht. Op die situatie is de (werkgevers)aansprakelijkheid van artikel 7:658 lid 4 niet van toepassing.

In wezen gaat het hier ook (indirect) om het criterium van ondergeschiktheid. Als een ZZP-er werkzaamheden uitvoert die binnen de normale uitvoering van het bedrijf of beroep vallen, dan zal dat altijd gaan onder het gezag van de werkgever.

Dekking op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de werkgever/opdrachtgever

In veel polisvoorwaarden staat  bij de kring van verzekerden aangegeven dat de ondergeschikten meeverzekerd zijn. Als een ZZP-er feitelijk als een ondergeschikte werkt, dan is hij dus automatisch meeverzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van het bedrijf dat hem inschakelt, mits de ZZP-er werkzaamheden verricht binnen de verzekerde hoedanigheid /activiteit die op het polisblad is omschreven.

Een ZZP-er heeft dus dezelfde dekking als een werknemer in loondienst, mits hij aangemerkt kan worden als ondergeschikte. In dat geval is schade  aan derden door een ZZP-er gedekt op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

Schade aan een ondergeschikte ZZP-ers (letsel) die verband houdt met het verrichten van activiteiten voor een opdrachtgever/werkgever  is verzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. In die situatie is er ook sprake van werkgeversaansprakelijkheid. Een ZZP-er die niet als ondergeschikte werkt is een derde in de zin van de polisvoorwaarden. In dat geval is de niet ondergeschikte ZZP-er bij letselschade niet verzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de opdrahtgever/werkgever.

Dekking op bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van ZZP-er zelf.

Ondergeschikten in loondienst vallen vaak buiten de  verzekering, wat op zich logisch is omdat een ZZP-er geen personeel in loondienst heeft.  Echter ook een ZZP-er kan een andere ZZP-er inschakelen. Als de ingehuurde ZZP-er feitelijk als een ondergeschikte werkt, dan is hij ook een verzekerde in de meeste polisvoorwaarden. En dan is ook de werkgeversaansprakelijkheid van de ZZP-er (schade aan de ZZP-er)die hem inschakelt gedekt.

Maak dus bij het inschakelen van ZZP-ers goede afspraken met elkaar en leg deze vast. Controleer  goed de dekking van je eigen aansprakelijkheidsverzekering mbt het inschakelen van ZZP-ers.

Flexwerkers of tijdelijke krachten in dienst gehad? Controleer dan UWV overzicht van ex-werknemers met ziektewetuitkering

26-07-2013

Heeft u tijdelijke krachten (flexwerknemers) in dienst gehad vanaf 01-01-2010? Controleer dan extra goed het UWV overzicht van ex-werknemers met een ziektewetuitkering 

 

Wat wijzigt er?

Per 1 januari 2013 is de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid (BeZaVa) ingegaan.  Deze wet staat beter bekend onder de noemer “Modernisering Ziektewet”. Deze wet bestaat uit maatregelen voor flexwerknemers en financiële prikkels voor werkgevers met als doel, een snellere werkhervatting en beperking van de instroom in de Wet Inkomen naar Arbeidsvermogen( WIA). Iedere werkgever krijgt de financiële verantwoordelijkheid voor de uitkeringslast van de Ziektewet en de WGA voor (ex-)werknemers met een tijdelijk dienstverband.

Op dit moment betaalt iedere werkgever een van zijn UWV-sector afhankelijke Ziektewetpremie. En een individuele gedifferentieerde premie voor zijn werknemers die de WGA ingaan (WGA-vast). De premie voor werknemers die ziek uit dienst gaan en in de WGA komen (WGA-flex), is onderdeel van de basispremie WAO/WIA.

Vanaf 1 januari 2014 gaat de werkgever een aparte premie betalen voor de Ziektewet, WGA-vast(vaste werknemers) en WGA-flex(flexwerkers). De wijze van premieberekening is afhankelijk van de hoogte van de loonsom van de werkgever. Kleine werkgevers (tot 10 keer de gemiddelde loonsom) gaan een sectorpremie betalen en grote werkgevers (loonsom > 100 keer gemiddelde loonsom) worden geheel op eigen uitkeringslast beoordeeld. De groep ertussen krijgt te maken met een combinatie uit sectorgemiddelde en eigen uitkeringslast.

In 2016 wordt de premiestelling voor WGA Flex en WGA vast samengevoegd in WGA Totaal. Het is dan ook mogelijk te kiezen voor een publieke verzekering met premiedifferentiatie of uit d epublieke WGA verzekering te treden en eigen risico drager te worden. Het is dan mogelijk een private verzekering af te sluiten.

Waarom wordt er nu opnieuw ingegrepen?

Uit de WIA evaluatie in 2010 bleek dat de maatregelen die in het verleden zijn genomen om de instroom in de WGA te beperken een positief effect hadden op werknemers met een vast dienstverband. Helaas nam de instroom vanuit de Ziektewet door flexwerkers inmiddels zulke vormen aan dat 55% van alle instroom daar vandaan komt. En dat terwijl slechts een zesde van de beroepsbevolking werkt met een flexibel contract en dus in het vangnet terecht kan komen.

Flexwerkers zijn in dit kader uitzendkrachten, werknemers met een tijdelijk contract welke ziek uit dienst gaan, oproepkrachten zonder regelmatige oproep en zieke werklozen. Voor u als werkgever zijn uitzendkrachten alleen van belang als u een uitzendbureau bent. Het uitzendbureau is immers de formele werkgever. Voor alle andere bedrijven zijn de werknemers met een dienstverband voor bepaalde tijd relevant.

De werkgever wordt voor flexwerkers niet geprikkeld om actie te ondernemen als deze met een tijdelijk contract ziek uit dienst gaan. Zowel de Ziektewet als de eventueel daar op volgende WGA uitkering wordt bekostigd uit de sectorpremie. In tegenstelling tot de gedifferentieerde WGA-premie die stijgt of daalt wanneer de instroom in de WGA vanuit vast dienstverband toeneemt of afneemt, merkt de werkgever er nu niets van als hij meer of minder instroom in de Ziektewet of WGA-flex heeft.

Kortgezegd komt het er op neer dat de kans op langdurige arbeidsongeschiktheid in het geval van werknemers met een tijdelijk dienstverband vele malen groter is dan wanneer een medewerker een vast dienstverband heeft. De werkgever draagt hiervoor in beperkte mate financiële verantwoordelijkheid omdat de premie sectoraal wordt bepaald

 

Hoe informeert het UWV u als werkgever?

Het UWV informeert werkgevers over de Ziektewetuitkeringen  en WGA uitkeringen in 2012 met twee aparte brieven. De eerste brief betreft een opgave van (ex) werknemers) die in 2012 een Ziektewetuitkering kregen. Een eerste groep werkgevers heeft deze brief inmiddels ontvangen. De tweede brief betreft een opgave van ex-werknemers die in 2012 een WGA- uitkering kregen. Deze brief wordt op een later tijdstip verstuurd.

 

Wat moet u als werkgever doen met dit overzicht?

In de tot nu toe verzonden overzichten zijn veel fouten geconstateerd. Een voorbeeld hiervan is: Opgave van werknemers die niet bij u als werkgever in dienst zijn geweest. Het is dus erg belangrijk om deze lijsten direct te controleren, omdat u anders een verkeerde premie toegerekend krijgt.

Enkele tips:

  • Binnen vier weken na ontvangst van het overzicht van de Ziektewetuitkeringen die in 2012 door het UWV zijn toegekend aan uw (ex-)werknemers, dient u de bijbehorende beschikkingen op te vragen. Daarvoor kunt u gebruikmaken van de door het UWV geleverde antwoordenvelop.
  • Heeft u de beschikkingen ontvangen? Controleer deze dan samen met een adviseur.
  • Is er reden om bezwaar aan te tekenen? Doe dit binnen zes weken na ontvangst van de beschikkingen.

 

Bijgesloten is een checklist Toekenningen Ziektewet. Deze checklist 26072013Checklist Toekenningen Ziektewet Acture (2) is een handig hulpmiddel bij de controle van overzicht van het UWV.

De gevolgen

Door de invoering van de Wet BeZaVa wordt het voor de werkgever nog belangrijker om regie te hebben op het ziekteverzuim en de WIA-instroom. Wanneer dit er niet is, zullen de kosten voor de werkgever toenemen. Ook voor de groep flexwerkers is een werkgever financieel verantwoordelijk. Voorkomen van verzuim en WIA- instroom wordt nog belangrijker. Het wordt lonend om ook voor flexwerkers re-integratietrajecten te starten

 

U wilt meer informatie of ontvangt uw lijst van het UWV?

Neem dan contact met  op met Hakze Verzekeringen via: 0513 436270 of info@hakzeverzekeringen.nl.