Hoe verder na een Ernstige ziekte of ongeval?

 

 

Een Ernstige ziekte of ongeval. Het zal je maar gebeuren.

 

Een Ernstige gebeurtenis kan iedereen overkomen.  Hoe ziet het leven eruit als je blijvend letsel overhoudt aan een ongeval of geconfronteerd wordt met een hartaanval of kanker? Is je gezin in staat om de gevolgen van overlijden door een ongeval financieel op te vangen? Vaak niet. Daarom is er de Ernstige ziekte en ongeval polis.

Maar weinig Nederlanders hebben voldoende maatregelen genomen om zichzelf en hun gezin tegen de financiële gevolgen van ernstige gebeurtenissen te beschermen. Dit is vooral bij zelfstandig ondernemers het geval. Ondernemers kunnen niet terugvallen op regelingen van een werkgever of overheid. Kijk in onderstaand filmpje hoe het echt zit: https://youtu.be/VlMOVIdbuNA

De TAF Ernstige ziekte en Ongeval Polis biedt een ruime financiële tegemoetkoming bij een hartaanval, hersenbloeding of kanker, bij blijvende invaliditeit als gevolg van een ongeval en bij overlijden als gevolg van een ongeval. Zie ook bijgaande Verzekeringskaart .

De voordelen van de Ernstige ziekte en ongeval polis zijn:

-Keuze uit drie dekkingen met een modulaire opbouw. Je kunt er voor kiezen om slechts één van de drie dekkingen te verzekeren, of twee, of alle drie.

-Als je kiest voor de dekking ernstige ziekte in combinatie met de dekking voor blijvende invaliditeit en/of de dekking voor overlijden, ontvang je een korting van 15% op de premie voor de dekking ernstige ziekte.

-Ruime verzekerde bedragen om uit te kiezen. Voor de dekking ernstige ziekte is dat maximaal €25000. Voor de dekking blijvende invaliditeit is dat maximaal €400.000. Voor de dekking overlijden is dat maximaal €200.000.  Je kunt het verzekerde bedrag jaarlijks verhogen of verlagen. En je kunt er elk jaar voor kiezen om een dekking uit uw verzekering te verwijderen of toe te voegen.

-Een dagvergoeding voor ziekenhuisopname of thuisherstel in de dekking voor ernstige ziekte. De dagvergoeding bedraagt tussen € 25,- en € 125,-, afhankelijk van het verzekerd bedrag dat je kiest voor de dekking ernstige ziekte.

-je hoeft geen gezondheidsverklaring in te vullen of medische keuring te ondergaan.

-Zeer betaalbare premie. Voor de dekking overlijden na een ongeval is de premie €0,30 per €1000 verzekerd bedrag per jaar. Voor de dekking blijvende invaliditeit na een ongeval  is de premie €0,55 per € 1000 verzekerd bedrag per jaar. De premie voor de dekking ernstige ziekte is afhankelijk van het gekozen verzekerde bedrag en de leeftijd op de ingangsdatum van de verzekering.

 

Laat je niet langer verrassen door een ernstige gebeurtenis. Neem voor de Ernstige Ziekte en ongeval Polis contact op met Hakze Verzekeringen.

Hoe gaat u de lasten van zieke en arbeidsongeschikte werknemers financieren in januari 2017?

Financiering lasten van zieke en arbeidsongeschikte werknemers

Loondoorbetalingsverplichting
Een werkgever heeft voor vaste medewerkers een wettelijke loondoorbetalingsverplichting bij ziekte van 2 jaar( Wet WULBZ). In deze twee jaar hebben werkgever en werknemer verplichtingen voor verzuimbegeleiding en re-integratie. Voor medewerkers met een tijdelijk contract(bepaalde tijd) heeft een werkgever een wettelijke loondoorbetalingsverplichting bij ziekte gedurende het(tijdelijk) dienstverband. Datzelfde geldt ook voor de re-integratie verplichtingen van werkgever en werknemer. Een zieke werknemer kost een werkgever gemiddeld toch zo’n €250 per dag, maar dit kan nog verder oplopen. Dit komt door directe kosten zoals de loondoorbetaling en arbodienstverlening en re-integratie en door indirecte kosten zoals kosten voor vervangend personeel of verlies van productie/dienstverlening (www.verzuimkosten.nl)

WGA Vast
Een ​vaste ​medewerker(contract onbepaalde tijd) die gedeeltelijk(35%-80%) arbeidsongeschikt raakt komt na deze twee jaar​ ziekte/arbeidsongeschiktheid​ in aanmerking voor een WGA-uitkering (Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten). ​Deze WGA lasten worden gedurende een periode van 10 jaar via de gedifferentieerde WGA premie doorbelast aan de werkgever. Ook als de medewerker niet meer in dienst is. Voor dit financiële risico is ​een​ werkgever standaard verzekerd bij ​het ​UWV. ​Een werkgever betaalt aan het UWV dan de WGA Vast premie​.​ ​H​et ​UWV regelt​ dan de verzuimbegeleiding en re-integratie.

Het is ook mogelijk Eigen Risico drager te worden voor deze WGA Vaste lasten. Je bent als werkgever dan privaat(bij een verzekeraar) verzekerd en niet meer via het UWV (premie WGA Vast vervalt dan). Het blijkt dat werkgevers die eigenrisicodrager zijn vaak betere resultaten behalen op het gebied van re-integratie, mede dankzij de ondersteuning die verzekeraars bieden. De totale financiële lasten zijn daardoor vaak lager. Bovendien is er dan niet het risico van een plotselinge premieverhoging als er toch een medewerker in de WGA komt. De premieaanpassing bij verzekeraars is namelijk veel minder fors dan bij het UWV. Het is daarom zeker het overwegen waard om eigenrisicodrager te worden. Zie ook www.uwv.nl/ERD.

WGA Flex 2017
Op 1 januari 2014 is de Wet beperking Ziekteverzuim en Arbeidsongeschiktheid Vangnetters (BeZaVa) in werking getreden, ook wel bekend onder de noemer ‘Modernisering Ziektewet’. Het doel van deze wet is om het ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van “vangnetters” te beperken. Vangnetters zijn mensen die wegens ziekte een ziektewetuitkering krijgen. WGA flex is het laatste onderdeel van de wet Bezava.

Het gevolg van de wet BeZaVa is dat een werkgever die per 1 januari 2017 eigenrisicodrager is (of wordt) voor de WGA , ook de WGA-uitkeringslasten van tijdelijke arbeidskrachten(WGA Flex) moet gaan betalen. Deze werkgevers zijn dan ook verantwoordelijk voor de re-integratie van deze medewerkers.

Vanaf 01-01-2017 kun je dan eigen risico drager worden voor zowel medewerkers met een vast dienstverband (WGA Vast) en medewerkers met een tijdelijk dienstverbanden//flex werkers (WGA Flex). De WGA Vast premie en WGA Flex premie bij het UWV komt dan te vervallen. Deze keuze voor wel of niet eigen risico dragen voor de WGA moet voor 01-10-2016 bij de Belastingdienst zijn ingediend.

ZW Flex
Net als bij de WGA is het vanaf 01-01-2014 mogelijk om ook voor de ziektewet(ZW) eigen risico drager te worden. Je bent dan privaat(bij een verzekeraar) verzekerd en niet meer via het UWV. De ZW-Flex premie bij het UWV is dan niet van toepassing. Als eigenrisicodrager voor de ziektewet betaal je als werkgever zelf de Ziektewet uitkering voor je (ex) werknemers die daar bij ziekte recht of hebben. Ook als ze niet meer bij je werken. Ook preventie-en verzuimbeleid regel je als werkgever dan zelf, samen met de bedrijfsarts of arbodienst. Ook de re-integratie van ziekte werknemers heb je dan zelf in de hand.

Keuze
Voor zowel de Ziektewet als voor de WGA heeft een werkgever dus de keuze tussen het publieke bestel (UWV) of eigenrisicodrager worden met de mogelijkheid dit te verzekeren. Er wordt daarin geen onderscheid meer gemaakt tussen vaste en tijdelijke medewerkers. Bij eigen risico dragen voor de WGA per 01-01-2017 is het interessant te vermelden dat de lopende uitkeringslasten/verplichtingen voor de WGA bij het UWV blijven.

Naar verwachting zullen de premies bij verzekeraars lager liggen dan bij het UWV. De premies van verzekeraars zullen rond juni 2016 bekend worden. Vooral voor de middelgrote en grote werkgevers (loonsom vanaf €300.000 tot €3.000.000) lijkt eigen risico dragen voor WGA en /of ZW interessant te gaan worden. Eigen risico dragen is niet alleen de keuze maken aan welk loket de premies worden betaald. Het is vooral ook een strategische keuze op welke wijze de lasten van zieke- en arbeidsongeschikte werknemers worden gefinancierd en daarbij zelf met behulp van professionals gedurende 12 jaar de regie te voeren inzake de begeleiding en re-integratie. Dus zelf invloed uitoefenen op het beheersen van de schadelast. Laat u daarom zorgvuldig en tijdig voorlichten.

P. Hakze
Hakze Verzekeringen
tel: 0513436270
mail:info@hakzeverzekeringen.nl

Cybercrime

Cybercrime

De computer en internet zijn niet meer weg te denken. Computertechnologie (ICT) vernieuwt zich razendsnel. Hiermee is ook cybercrime onderdeel geworden van onze dagelijkse wereld. 40 procent van de Nederlandse ondernemers is het afgelopen jaar slachtoffer geweest van cybercrime, volgens een schatting van de politie. Cybercrime, computercriminaliteit, digitale criminaliteit: allemaal termen voor deze vorm van criminaliteit die zich richt op computers of andere systemen zoals mobiele telefoons en pinautomaten. Ondernemers lopen een groot risico om slachtoffer te worden, omdat ze voor een groot deel afhankelijk zijn van hun ICT en veel gevoelige gegevens op verschillende apparaten bewaren. De grootste risico’s zijn dan ook vooral gericht op ICT-apparatuur en netwerken.

Veel genoemd worden daarbij:

-Verlies, diefstal en privégebruik van apparatuur.
-Door het verbinden van apparaten met elkaar (usb-sticks/ mobiele telefoons/ ipads/ tablets) bij synchronisatie worden gegevens,data en bijvoorbeeld ook virussen uitgewisseld.
-Apparaten bevatten naast gegevens ook vaak opgeslagen wachtwoorden en bieden daarmee eenvoudig toegang voor buitenstaanders tot diverse applicaties.
-Samenwerkingspartners of (ex-)personeel met toegang tot je ICT-systemen die daardoor (ongewenste) veranderingen kunnen aanbrengen of beïnvloedbaar zijn
om toegangsinformatie te delen (al dan niet bewust)

Gevolgen zijn:

-Diefstal van data en persoonlijke gegevens zoals administraties,offertes,email,bankrekeningnummers en andere gegevens van je bdrijf of van je klanten
-Hoge kosten door storingen in je systemen of op je website, zoekgeraakte gegevens en het herstellen van de schade aan computers en netwerken door
cybercrime.Vooral bij eenmanszaken en kleine bedrijven is er vaak minder financiële ruimte
om dit op te vangen.
-Gegevens van gasten die openbaar worden gemaakt of onjuiste aanbiedingen die worden gedaan
uit naam van je bedrijf kunnen het imago van je bedrijf schaden en kan je klanten kosten.

vormen van cybercrime

Het welbekende virus kennen we allemaal, maar er zijn meer vormen van cybercrime
(bron: http://www.stopcybercrime.nu/)

BOTNET
Een botnet is een netwerk van meerdere geïnfecteerde computers die aangestuurd worden door een centrale server en automatisch opdrachten uit kunnen voeren. Hackers hebben dit netwerk aan computers verzameld via bijvoorbeeld een Trojan Horse (zie verderop) en kunnen dit vervolgens verkopen aan een internetcrimineel die een systeem wil platleggen via een DDoS-aanval (zie verderop), spam wil verspreiden of phishing e-mails wil sturen.

BANKING TROJANS
Deze vorm van digitale bank criminaliteit werkt door middel van een virus, welke zich installeerd op uw computer. Zodra u de website van uw bank bezoekt laat het virus een vervalste pagina van de website zien.

CYBERAFPERSING
Criminelen dreigen met de vernietiging of het afhandig maken van je computergegevens of dreigen met smaad. Een bekende chantagemethode is het virusprogramma ransomware. Dit programma vergrendelt je computer, waarna je van een (zogenaamd) betrouwbare bron het bericht krijgt dat je bijvoorbeeld kinderpornosites hebt bezocht en een boete moet betalen.

CYBERSTALKING
Een crimineel valt je stelselmatig lastig, door valse uitspraken over je te doen op online fora of in chatrooms, eventueel aangevuld met gemanipuleerde gegevens. Een cyberstalker kan behalve een forum of chatvenster, ook e-mailberichten, expresberichten en zelfs de telefoon gebruiken om je lastig te vallen.

DEFACING
Bij defacing veranderen cybercriminelen de inhoud van je content (bijvoorbeeld een webpagina), zonder dat jij dat wil. Een bekend voorbeeld is dat een hackersgroep (zoals Anonymous) je website hackt, om vervolgens groot in beeld ‘U BENT GEHACKT’ te brengen of de gegevens op je webpagina te veranderen.

DOS-AANVALLEN OF DDOS-AANVALLEN (DENIAL OF SERVICE EN DISTRIBUTED DENIAL OF SERVICE)
Een DoS-aanval of DDoS-aanval is een poging om een website of internetdienst onbruikbaar te maken door de server te overbelasten. Zo’n aanval wordt uitgevoerd door één persoon (DoS-aanval) of door meerdere personen (DDoS-aanval). Dit gebeurt regelmatig bij commerciële bedrijven, diensten van banken, diensten van creditcardmaatschappijen of e-maildiensten, vaak met een politiek of humaan doel. Toch zullen DDoS-aanvallen zich steeds vaker op middelgrote en kleine bedrijven richten. Een DDoS-aanval kost kleine tot middelgrote bedrijven gemiddeld 46.000 euro en bij grote bedrijven kan dat zelfs oplopen tot 390.000 euro. Dat blijkt uit onderzoek van Kaspersky en B2B International onder 3900 bedrijven uit 27 landen die te maken hebben gehad met DDoS-aanvallen. In Nederland zijn 186 bedrijven ondervraagd.De kosten van een DDoS-aanval, waarbij servers met een grote hoeveelheid verkeer worden bestookt en daardoor offline gaan, kunnen snel oplopen. De meeste bedrijven (65 procent) moeten na zo’n aanval ICT-consultants inhuren. Bovendien zegt 61 procent dat er kostbare informatie verloren gaat en bijna de helft van de bedrijven moet kosten maken om de infrastructuur te herstellen of verbeteren.

E-FRAUDE
Bij e-fraude handelen internetcriminelen in valse goederen of diensten, zonder daarvoor te betalen of tegenprestaties te leveren. Ook valse financiële transacties, verzoeken tot dubieuze betalingen of oplichting via Marktplaats (een baksteen in een pakketje of helemaal geen pakketje) vallen onder e-fraude.

PASSWORD CRACKING
Criminelen kraken je wachtwoorden, om vervolgens je computernetwerk te kunnen misbruiken.

IDENTITEITSFRAUDE
Criminelen misbruiken je bedrijfsgegevens om producten of diensten te bestellen, creditcards of uitkeringen aan te vragen of uit jouw naam kinderporno te verspreiden of illegale films en muziek aan te bieden.

PHISHING
Via een vervalste website of e-mail wordt om je persoonlijke gegevens gevraagd. Een internetcrimineel die uit jouw (bedrijfs)naam een mail naar je klanten stuurt en hen persoonlijke gegevens afhandig maakt, valt ook onder phishing.

RANSOMWARE
Ransomware is een aggresieve variant op rogueware, die bestanden op je computer ‘gijzelt’ door ze te versleutelen. Het programma vraagt om losgeld om weer bij de bestanden te kunnen komen. Meestal wordt de toegang tot die bestanden echter nooit gegeven en is je losgeld verloren.

SPAM
Ongevraagde commerciële berichten op websites en fora en/of ongevraagde e-mails. Spam wordt meestal naar grote aantallen mensen verstuurd, heeft een commercieel doel en wordt verstuurd zonder toestemming van de website waarop het bericht staat of toestemming van de ontvanger. Spam is niet gevaarlijk, het is vooral irritant.

VIRUS
De meest bekende vorm van cybercrime is een virus: een computerprogramma dat zich in een bestand op je computer nestelt. Een virus kan gevoelige informatie wissen en verspreiden of je computer onklaar maken. De meest agressieve virusvorm is een Polymorphic Virus. Dit virus nestelt zich in je computer en verandert vervolgens steeds van vorm, terwijl de ongewenste code actief blijft. Een gratis virusscanner herkent een virus daardoor niet als zodanig; een betere virusscanner kan dit vaak wel. Overigens zie je virussen steeds minder. Vroeger was het doel van cybercrime het simpelweg schade toebrengen, het ging nog niet om identiteits- en gegevensdiefstal. Nu willen hackers geld verdienen, door gegevens te stelen of mensen af te persen.

Cyber Crime Verzekeren

In de verzekeringsmarkt wordt steeds meer ingespeeld op de groeiende behoefte aan het afdekken van cyberrisico’s. De traditionele verzekeringsproducten die de verzekeringsmarkt aanbiedt dekken niet altijd alle aspecten van cyberrisico´s. Wanneer verwezenlijking van een cyberrisico leidt tot schade bij derden, dan biedt een standaard (bedrijfs)aansprakelijkheidsverzekering hier in veel gevallen geen dekking voor. Het is immers niet ongebruikelijk dat dit soort verzekeringen alleen dekking biedt voor persoons- en zaakschade, terwijl schade als gevolg van verwezenlijking van een cyberrisico vaak speelt in de sfeer van zuivere financiële schade (vermogensschade). Veel bedrijven hebben op dit moment veelal geen verzekering afgesloten die de eigen schade van het bedrijf dekt die het gevolg is van cybercrime of andere cyberincidenten, terwijl ook voor eventuele opgelegde boetes als gevolg van bijvoorbeeld een datalek lang niet altijd dekking wordt geboden. Per 01-01-2016 is dan ook de Wet meldplicht data lekken van kracht. Bedrijven en instellingen dienen zorg te dragen voor een passende beveiliging(gegevensbeveiliging en privacybescherming). Bij data lek/incident geldt er een meldplichttraject bij het College Bescherming Persoonsgegevens(CBP). Wordt er geen melding gedaan bij het CPB dan is een boete mogelijk tot €800.000 of 10% van omzet!

Er zijn momenteel weinig verzekeringsoplossingen voorhanden voor cybercrime. Niche verzekeraar Hiscox is 1 van die weinige verzekeraars die een verzekering heeft(www.hiscox.nl). Dit is de Data Risks verzekering. Met deze verzkering is je bedrijf verzekert tegen de gevolgen van hacking, systeeminbraak, verloren data, gegevensdiefstal en cyber-aanvallen. Afhankelijk van bedrijfsomzet en verzekerd bedrag liggen de premies tussen de €1000 en €2000 per jaar.

Voor meer informatie raadpleeg ook:
http://www.cloudbewust.nl/
https://veiliginternetten.nl/
http://www.stopcybercrime.nu/

Bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering

Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (AVB)

Bedrijven en instellingen kunnen aansprakelijk(contractueel, wettelijk) worden gesteld voor allerlei gebeurtenissen. Of een aansprakelijkheidsclaim succes heeft, hangt af van de wetgeving en de omstandigheden van het voorval. Voor een adequate verzekeringsdekking zijn bedrijven en instellingen aangewezen op een of meer aansprakelijkheidsverzekeringen. Een van die verzekeringen waar geen enkel bedrijf buiten kan is de aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven; hierna afgekort als AVB. Een AVB biedt dekking tegen schade aan zaken en personen(bijvoorbeeld letselschade) en alle daaruit voortvloeiende gevolgschade die een verzekerd bij een derde veroorzaakt en waarvoor hij aansprakelijk is

Ieder bedrijf, groot of klein, heeft een AVB nodig. Als een klein bedrijf in het woonhuis gevestigd is van de ondernemer is een AVB nog steeds nodig.
De aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren (AVP) van de ondernemer als privépersoon, biedt namelijk geen dekking; ook niet voor kleinschalige bedrijfsactiviteiten.

Vormen van aansprakelijkheid:

Aansprakelijkheid voor personeel/ondergeschikten en niet-ondergeschikten
Een werkgever is aansprakelijk voor de schade die zijn werknemers/ondergeschikten veroorzaken tijdens het uitoefenen van het werk waarvoor zij zijn aangenomen. Een opdrachtgever is ook aansprakelijk voor de schade die een niet-ondergeschikte aan een ander heeft toegebracht.

Aansprakelijkheid voor schade aan personeel/ ondergeschikten
Een werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van zijn werknemers/ondergeschikten tijdens het werk. Als werkgever bent u volgens
artikel 7:658 BW aansprakelijk voor schade die een werknemer/ondergeschikte oploopt tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden (binnen werkomgeving en werktijden). De werkgever is niet aansprakelijk als de werkgever aantoont dat die schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer/ondergeschikte of dat de werkgever heeft voldaan aan de zorgplicht. Die zorgplicht houdt in dat een werkgever moet zorgen voor een veilige werkomgeving. Een werkgever is zelfs op grond van de Arbeidsomstandighedenwet(ARBO-Wet) verplicht maatregelen te treffen zodat personeel/ondergeschikten onder veilige omstandigheden kunnen werken. Zo moet alles op de werkvloer van machines tot gereedschappen aan bepaalde eisen voldoen. Bovendien moet de werkgever er op toezien dat de veiligheidsvoorzieningen ook worden gebruikt en de veiligheidsinstructies worden nageleefd.

De Hoge Raad en verdergaande jurisprudentie heeft nu geoordeeld dat de zorgplicht van de werkgever verder gaat. De zorgplicht geldt dan ook buiten de werkomgeving en werktijden(wel werkgerelateerd ) Op grond van goed werkgeverschap (artikel 7:611 BW) heeft een werkgever zelfs een schadevergoedingsplicht. Een werkgever dient te zorgen voor een adequate verzekering voor werknemers/ondergeschikten. Alleen een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering is vaak niet een adequate verzekering. Er zijn verzekeraars die alleen dekking bieden voor de aansprakelijkheid die voortvloeit uit artikel 7:658 BW en de aansprakelijkheid van artikel 7:611 BW uitsluiten. Ook zijn er verzekeraars die geen wetsartikelen noemen. Het is dan maar de vraag of de verzekering dekking zal verlenen voor schade op grond van artikel 7:611 BW. Uitspraken van de Hoge Raad verplichten werkgevers aanvullende verzekeringen te sluiten, zoals bijvoorbeeld ongevallenverzekeringen of werknemersschadeverzekeringen.

Aansprakelijkheid voor gebouwen
Als gebreken aan gebouwen ergens schade hebben veroorzaakt, bent u als ondernemer aansprakelijk als u in gebreke bent gebleven. Dat is het geval als u het gebouw slecht heeft onderhouden of als er ergens een gebrek is in de bouw. Het maakt niet uit of u van de gebreken op de hoogte was.

Aansprakelijkheid voor producten
In het geval van productaansprakelijkheid is de producent aansprakelijk voor de schade die een product als gevolg van een gebrek heeft veroorzaakt aan een natuurlijk persoon. Het gaat dus niet om schade aanhet gebrekkige product zelf, maar om een schade die dit product heeft veroorzaakt (gevolgschade).

Aansprakelijkheid voor milieuschade
Als ondernemer bent u aansprakelijk voor de schade die uw bedrijf aan het milieu toebrengt,ook al heeft u een milieuvergunning. Ondernemer/bedrijven kunnen aansprakelijk worden gesteld voor eventuele milieuschade (verontreinigingvan bodem, lucht en water, maar ook geluids- of visuele hinder).

Wie zijn er verzekerd op een AVB?

In de polisvoorwaarden van een willekeurige AVB-verzekeraar staat daarover:

De verzekerden zijn:
1.4.1 verzekeringnemer alsmede de vennoten, firmanten, commissarissen en bestuurders, optredend binnen de verzekerde hoedanigheid.
1.4.2 ondergeschikten, huisgenoten en familieleden van verzekeringnemer ten aanzien van de
werkzaamheden die zij voor hem verrichten.
1.4.3 personeelsverenigingen, eigen pensioenfondsen en andere fondsen, instellingen en stichtingen opgericht in het kader van de verhouding tussen verzekeringnemer en zijn ondergeschikten, alsmede
de bestuurders en de ondergeschikten daarvan, handelend als zodanig.

Een ruime omschrijving, maar zeker nodig. Ondergeschikten is een ruimer begrip dan werknemers. Stagiares en ingeleend personeel vallen ook onder het begrip ondergeschikten. Het sluit naadloos aan bij de wet die ook spreekt van ondergeschikten.

De verzekerde hoedanigheid/activiteit.

De verzekerde hoedanigheid binnen de AVB staat vermeld op de polis. Het is mogelijk dat de omschrijving niet of niet volledig overeenkomt met de werkelijkheid. Het risico bestaat dan dat een eventuele schade niet in behandeling wordt genomen. Een juiste hoedanigheid op de polis is dan ook van groot belang.

Risico inloop en uitloop

Verzekeraars letten goed op claims waarbij de gemelde schade zijn oorsprong heeft uit een gebeurtenis/moment in het verleden. Bijvoorbeeld een schade op het gebied van een beroepsziekte/werkgeversaansprakelijkheid is in financieel opzicht vaak omvangrijk. Daarom wordt het cruciale moment om te bepalen of er wel of geen dekking bestaat vaak gelegd bij het moment van schademelding. De schademelding moet plaatsvinden voor de einddatum van de overeengekomen verzekeringstermijn(binnen feitelijke looptijd verzekering volgens de polis). Het inlooprisico houdt in dat de schade is ontstaan voor de ingangsdatum van de verzekering en dat de schade na de ingangsdatum van de verzekering is gemanifesteerd en gemeld bij de verzekeraar. Bij het uitlooprisico ontstaat een schade binnen de verzekeringsperiode maar openbaart de schade zich na de verzekeringsperiode. Bij uitloop is het belang een mogelijke gebeurtenis/schade tijdig te melden bij de verzekeraar(omstandighedenmelding) Bij verandering van verzekering is het dus van groot belang te letten op inloop en uitloop.

Uitzonderingen op de AVB

De AVB heeft net als iedere verzekering uitsluitingen. Onderstaand de belangrijkste uitsluitingen op een rij.

Beroepsaansprakelijkheid
Sommige bedrijven hebben niet genoeg aan een AVB voor het afdekken van aansprakelijkheidsrisico’s die de continuïteit van de onderneming bedreigen. Een AVB dekt dus alleen zaakschade en personenschade, maar geen “zuivere” vermogensschade. Zuivere vermogensschade is schade waar geen zaak- of personenschade aan voorafgegaan is. Dit wordt ook wel beroepsaansprakelijkheid genoemd. Voorbeeld:

Een notaris maakt een fout in de procedure bij de koop/verkoop van een woning; de eigendomsrechten staan ter discussie. De cliënt van de notaris leidt daardoor een aanzienlijk vermogensverlies waarvoor de notaris met succes wordt aangesproken. Deze aansprakelijkheidsclaim is zuivere vermogensschade en is niet gedekt op de AVB.

Motorrijtuigen
De aansprakelijkheid voor schade toegebracht met of door een motorrijtuig en/of de daarop gemonteerde werktuigen is niet gedekt. Op de uitsluiting voor motorrijtuigen kennen veel AVB’s de insluiting voor auto’s van werknemers. Voorbeeld: Een werknemer maakt een dienstreis in zijn eigen auto en hij veroorzaakt onderweg een ongeval waardoor hij aansprakelijk is. Omdat het een dienstreis is, is tegelijkertijd zijn werkgever ook aansprakelijk. Het slachtoffer kan kiezen: de (WA-verzekeraar) van de werknemer aanspreken en/of de werkgever. Door de insluiting die ook wel bekend staat als de “non-ownersliability” clausule (“niet-eigenaarsaansprakelijkheid”) is er dekking op de AVB, ondanks de uitsluiting voor motorrijtuigen.

Schade(zaak/letsel) van een ondergeschikte(medewerker) die een motorrijtuig bestuurt is altijd uitgesloten.

Schade aan geleverde zaken
Bijvoorbeeld een medewerker van een bedrijf installeert bij een klant een glazen kookplaat. Hierbij laat hij tijdens de installatie een hamer vallen waardoor de kookplaat beschadigd raakt.

Opzet
Wanneer een verzekeringsnemer/verzekerde bedrijf zelf opzet pleegt, kan de verzekeraar elke dekking ontzeggen. Opzet van de kant van een medewerker betekent echter niet dat een willekeurige derde de dupe wordt.

Opzicht
Niet gedekt is de aansprakelijkheid voor schade aan zaken die het gevolg is enig handelen of nalaten gedurende de tijd dat een verzekeringsnemer/verzekerde bedrijf of iemand namens hem die zaken vervoert, huurt, gebruikt, bewerkt, behandelt, repareert of om enige andere reden “onder zich heeft”.

Bestuurdersaansprakelijkheid
Bestuurders van rechtspersonen zijn niet met hun privé-vermogen aansprakelijk omdat zij handelen namens de B.V., N.V. of andere rechtsvorm(Vereniging,Stichting). Bestuurders kunnen echter op grond van verschillende wettelijke bepalingen(onbehoorlijk bestuur) wel persoonlijk (hoofdelijk)aansprakelijk worden gesteld voor handelingen van het bedrijf, instelling of vereniging waarvan zij bestuurder zijn. Naast de bestuurder kan de persoonlijke aansprakelijkheid ook gelden voor de feitelijke bestuurders. Dat zijn degenen die het beleid van de organisatie (mede) hebben bepaald.

Arbowet. Is uw bedrijf er klaar voor?

Zo houdt u zich aan de Arbowet.

Het is belangrijk dat u zich aan de Arbowet houdt. Want goede arbeidsomstandigheden zijn van groot belang en als u zich niet aan uw verplichtingen houdt, riskeert u een boete. Maar welke verplichtingen gelden er precies? In dit artikel zetten we een aantal belangrijke punten voor u op een rij.

In de Arbowet staat dat werkgevers verplicht zijn om samen met hun werknemers te werken aan een gezonde en veilige werkomgeving. De primaire verantwoordelijkheid ligt bij u als werkgever. U heeft onder andere te maken met de volgende verplichtingen, die we daarna stuk voor stuk toelichten.

• Risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E)
• Preventiemedewerker
• Bedrijfshulpverlener (BHV’er)
• Bescherming tegen psychosociale belasting

Risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E)
In de risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) staan de risico’s voor het personeel en de maatregelen die uw bedrijf daartegen neemt. Ieder bedrijf met personeel moet er een hebben. Laat u maximaal 40 uur per week arbeid verrichten (alle werknemers bij elkaar opgeteld)? Dan volstaat een checklist gezondheidsrisico’s. De RI&E moet getoetst worden door een arbodeskundige, tenzij er een goedgekeurd RI&E-instrument van een branchevereniging wordt gebruikt (waarover soms afspraken in de CAO zijn gemaakt). Bij meer dan 25 werknemers is toetsing altijd verplicht.

Preventiemedewerker
Elk bedrijf moet ten minste 1 preventiemedewerker hebben. Dit kan een medewerker zijn die deze functie ernaast doet. Bij bedrijven met minder dan 25 werknemers mag dit ook de directeur zijn. Het mag niet iemand van buiten zijn, behalve als het niet mogelijk is om binnen het bedrijf iemand aan te stellen. De preventiemedewerker moet voldoende deskundig en ervaren zijn, en voldoende tijd krijgen voor zijn taken. In de RI&E moet staan hoe werknemers in contact kunnen treden met de preventiemedewerker.

Een preventiemedewerker heeft drie wettelijke taken:
1. (Mede) opstellen en uitvoeren van de RI&E.
2. Adviseren van–en samenwerken met–de OR of personeelsvertegenwoordiging over maatregelen voor een goed arbeidsomstandighedenbeleid.
3. Uitvoeren van arbomaatregelen.

Bedrijfshulpverlener (BHV’er)
Een bedrijfshulpverlener (BHV’er) is opgeleid om in geval van nood de werknemers en klanten in veiligheid te brengen. Hij weet bijvoorbeeld hoe hij mensen uit een brandend gebouw moet krijgen en hij kan reanimeren en EHBO verlenen. De directeur van een bedrijf mag zelf ook BHV’er zijn. Er moet wel altijd iemand aanwezig zijn die zijn taken kan overnemen als hij afwezig is. Het aantal BHV’ers is niet wettelijk vastgelegd. Maar er moet uiteraard wel rekening worden gehouden met de grootte van het bedrijf en de risico’s.

Enkele aandachtspunten voor goede bedrijfshulpverlening:
•Laat BHV’ers (herhalings)cursussen volgen en zorg dat er regelmatig geoefend wordt.
•Spreid BHV’ers zo veel mogelijk over de verschillende locaties/afdelingen in het bedrijf en zorg voor voldoende BHV’ers tijdens bijvoorbeeld nachtdiensten of speciale evenementen.
•Verplicht werknemers niet om BHV’er te worden. Wel kunnen medewerkers gestimuleerd worden met een jaarlijkse vergoeding voor deze extra taken.

Bescherming tegen psychosociale belasting
Bedrijven zijn verplicht om hun werknemers te beschermen tegen psychosociale belasting. Zij moeten hiervoor een beleid opstellen en uitvoeren. Het aanstellen van een vertrouwenspersoon kan hiervan een onderdeel zijn. Die is er voor medewerkers die meldingen of klachten hebben over ongewenst gedrag, zoals agressie en geweld, ongewenste intimiteiten, pesten en discriminatie. Een vertrouwenspersoon bekijkt welke oplossingen er zijn en adviseert over het voorkomen van ongewenst gedrag.

Enkele aandachtspunten bij het aanstellen van een vertrouwenspersoon:
•U kunt kiezen voor een interne vertrouwenspersoon of een vertrouwenspersoon buiten het bedrijf: bijvoorbeeld via de arbodienstverlener of brancheorganisatie.
•Het is niet verstandig om een personeelsfunctionaris of een bedrijfsmaatschappelijk werker aan te stellen als vertrouwenspersoon, want dit kan botsen met de reguliere taken.

Bronnen en meer informatie
• www.arboned.nl
• www.arboportaal.nl
• www.rie.nl

Bonus-Malusladder en schadevrije jaren hoe werkt het?

Schadevrije jaren en de bonus/malusladder

Iemand die een jaar schadevrij rijdt, krijgt er aan het begin van het nieuwe verzekeringsjaar één schadevrij jaar bij. Hij stijgt daarmee ook één trede op de bonus/malusladder. Daarmee wordt hij op de volgendepremievervaldag beloond met een steeds hoger wordende korting (bonus) op de basispremie. Wel in een jaar schade veroorzaken betekent in principe het verlies van korting. In het uiterste geval kan een korting zelfs omgezet worden in een toeslag(malus).

Het uitgangspunt is de basispremie voor WA en casco. Een startende autorijder begint vaak in trede 2(0% korting).
Trede 1 betekent: malus en in dit geval een toeslag op de basispremie van 20%. De inschaling op de bonus/malusladder kan per
verzekeraar verschillen. Factoren van belang voor de inschaling zijn: leeftijd regelmatige bestuurder; aantal te rijden kilometers per jaar;woonplaats regelmatige bestuurder.

Wat is het effect van een schade op de premiekorting? Zie onderstaand voorbeeld bonus/malussystematiek:

Piet (27 jaar) woont in een dure regio. De basispremie voor zijn opel bedraagt voor WA € 725 en voor casco € 1.195. Hij verwacht dat hij per jaar niet meer zal rijden dan 20.000 kilometer. De éénmalige poliskosten bedragen €12. Piet wil een WA + cascoverzekering. Piet wordt ingeschaald op trede 4 (basistrede + 2). Dat betekent een premiekorting van 25%. De basispremie bedraagt (€725 + € 1.195 =) € 1.920.
Na verrekening van de bonuskorting bedraagt de premie: (€ 1.920 -/- 25%=) € 1.440 + € 12 poliskosten= € 1.452 + 21% assurantiebelasting = € 1.756,92.

Als Piet vervolgens twee jaar geen schuldschade claimt (men zegt: hij rijdt twee jaar schadevrij) stijgt hij 2 treden op de bonus/malusladder (trede 6; 40% korting).
Zijn polisblad (of factuur) vermeldt: “2 schadevrije jaren”. Als Piet in het derde verzekeringsjaar een schuldschade claimt, zakt hij op de bonusmalusladder van trede 6 naar trede 3(15% korting). Op zijn polisblad (of factuur) komt te staan: “-1 schadevrije jaar”. Hoe komt dat? Zijn aanvangstrede met “0” schadevrije jaren is 4. Marco “zakt” daar nog eens één trede onder en komt op trede 3; trede 3 min trede 2 = “-1”.

Schade claimen of niet claimen?

Stel dat in ons voorbeeld Piet in het derde verzekeringsjaar een kleine schade aan zijn opel veroorzaakt, omdat hij tegen een laag paaltje is gebotst. Het schadebedrag bedraagt € 475. Wat is dan wijsheid? Claimen of niet claimen? Marco heeft een eigen risico van € 150. Uitbetaling van de schade levert Marco wel geld op, maar uiteindelijk is niet claimen voordeliger dan wel claimen. Piet gaat door wel te claimen, in de aankomende jaren fors meer premie betalen.

Naar een andere autoverzekeraar

Enige jaren geleden zijn motorrijtuigverzekeraars overgegaan naar het digitaal opslaan van het aantal schadevrije jaren die klanten opbouwen. Dit systeem heet: Roy-data. Als een verzekerde overstapt naar een andere autoverzekeraar, geeft de oude autoverzekeraar door op hoeveel schadevrije jaren de vertrekkende verzekeringnemer recht heeft. De nieuwe autoverzekeraar kan Roy-data ook raadplegen en neemt het aantal schadevrije jaren over voor de inschaling op de bonus/malusladder op de nieuwe polis.

Elektrische Installatie vaak oorzaak van brand

Praktische preventietips voor uw elektrische installatie

Voorkomen is beter dan blussen!

Brand kan voor grote problemen zorgen, ook als u goed verzekerd bent. Het voortbestaan van uw bedrijf kan zelfs gevaar lopen, bijvoorbeeld omdat uw klanten dan naar de concurrent gaan. Het is dus belangrijk dat u brand voorkomt. Uw elektrische installatie verdient daarbij uw speciale aandacht, omdat branden vaak worden veroorzaakt door elektrische installaties. Bijvoorbeeld door een slecht ontwerp, verkeerde aanleg of slecht onderhoud. Veel oorzaken liggen echter ook bij de gebruikers en kunnen heel eenvoudig worden voorkomen.

Hoofdoorzaak: slechte aanleg en onderhoud elektrische installatie
Ook als het ontwerp van een elektrische installatie goed is, kan het fout gaan als de installatie niet goed wordt aangelegd. Bovendien kan een installatie na enige tijd gebreken vertonen. Maar liefst 60% van alle branden door elektrische installaties heeft hiermee te maken. Daarom is het belangrijk dat u de installatie periodiek laat onderhouden en inspecteren volgens de eisen van de NEN 3140. Deze norm beschrijft de inspectie en het onderhoud van elektrische installaties, apparaten en toestellen (zoals een koffieapparaat of boormachine). Ook wordt exact beschreven hoe een inspectie moet worden uitgevoerd, zodat materiële schade en letselschade wordt voorkomen.

Tip 1: Schakel een gecertificeerd bedrijf in
De NEN 3140 is een zeer uitgebreide en ingewikkelde norm. Daarom kunt u het beste een gecertificeerd bedrijf inhuren voor de inspectie van uw elektrische installatie. Zo weet u zeker dat alles voldoet aan de NEN 3140.
Ontwerp is ook belangrijk
Ook het ontwerp van uw elektrische installatie is erg belangrijk voor de brandveiligheid. Er gelden dan ook zeer strenge, verplichte veiligheidsbepalingen. Deze zijn opgenomen in de NEN 1010. Deze norm beschrijft beschermingsmaatregelen, de keuze van elektrisch materiaal en de installatie hiervan.

Tip 2: Nieuw bedrijfsgebouw? Laat de elektrische installatie controleren!
Ongeveer 30% van de afwijkingen in gebouweninstallaties is het gevolg van een fout in het ontwerp. Bij de aanschaf of ingebruikname van een bedrijfsgebouw is het dus erg belangrijk dat u laat controleren of de elektrische installatie in orde is en voldoet aan de NEN 1010.
Regelmatige inspectie en onderhoud van de elektrische installaties in een gebouw verkleinen het brandrisico enorm. Maar dat betekent nog niet dat alles veilig is. Veel branden ontstaan namelijk door aangesloten apparaten. Regelmatige inspectie en onderhoud van de aangesloten apparatuur is dus minstens zo belangrijk!
Simpele organisatorische maatregelen
De oorzaak van een brand ligt vaak bij de gebruikers van apparatuur. Brand wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door:
• overbelasting van tafelcontactdozen;
• stopcontacten die niet meer in orde of niet geaard zijn;
• blootliggende of beschadigde bedrading;
• gebrekkige verbinding tussen draden (bijvoorbeeld met papiertape of een kroonsteentje);
• niet volledig afgerolde kabelhaspels;
• apparaten die onnodig worden aangelaten;
• brandbare materialen in de buurt van warmtebronnen, zoals lampen en kachels;
• gevaarlijke elektrische apparaten zonder toezicht;
• verouderde en/of sterk vervuilde apparatuur;
• verouderde TL-armaturen.

Simpele maatregelen zijn vaak al genoeg om schade te voorkomen. Vaak is het een kwestie van gezond verstand en kan iedereen inzien dat een situatie brandgevaarlijk is. Helaas ontsnapt het vaak toch aan de aandacht, doordat ondernemers druk zijn met hun dagelijkse werk. Hieronder vindt u vijf tips waarmee u risico’s eenvoudig kunt verkleinen.

Vijf praktische tips
1. Sluit niet te veel apparaten aan op tafelcontactdozen. Zo voorkomt u oververhitting en brand.
2. Instrueer uw medewerkers om computers, monitoren en andere apparatuur aan het einde van de dag volledig uit te schakelen en niet op standby te laten
staan.Ze trekken zo minder stof aan, wat de kans op kortsluiting en brand verkleint.
3. Vervang oude en slechte apparatuur op tijd. Slijtage kan namelijk leiden tot hittewerking of onvolledige kortsluiting, met brand tot gevolg.
4. Bewaar geen brandbare stoffen in de buurt van apparatuur die vonken veroorzaakt of veel warmte ontwikkelt.
5. Let bij het aanschaffen van apparatuur erop of deze voldoet aan de Europese regelgeving. Het CE-keurmerk geeft aan dat het product voldoet aan
wettelijke eisen op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. U leest er meer over op de website van de Rijksoverheid.

Het kost u weinig tijd om u aan deze tips te houden. Maar het kan enórme problemen voorkomen. Veel succes met ondernemen!

Diefstal van brandstof groeit explosief. Tips om brandstofdiefstal te voorkomen.

Preventietips: voorkom diefstal van brandstof

Het aantal brandstofdiefstallen is in de loop van 2013 explosief gestegen. Een van de oorzaken is dat vanaf 1 januari 2013 de laag belaste halfzware olie en gasolie verdwenen zijn van de Nederlandse markt. Ook is rode diesel vanaf die datum niet meer toegestaan in Nederland (lees meer op Douane Belastingdienst). Doordat blanke diesel duurder is dan de eerder genoemde brandstoffen werd het lucratiever om blanke diesel te stelen. Werkmaterieel en vrachtwagens staan vaak onbeheerd op industrieterreinen of op afgelegen plaatsen geparkeerd. Ideale omgevingen voor criminelen. Zij kunnen makkelijk hun slag slaan en kunnen vaak ongestoord brandstof stelen. Met financiële gevolgen en vertragingen voor de bedrijven waarvan de brandstof wordt gestolen. Met de preventietips in dit artikel kunt u uw klanten helpen om diefstal van brandstof te voorkomen.

Brandstoftanks zijn ’s avonds vaak volgetankt

Fabrikanten adviseren om de brandstoftank ’s avonds vol te tanken. Door het aftanken wordt condensvorming tegen gegaan. Condens heeft een negatief effect op het brandstofsysteem. Ook criminelen zijn hiervan op de hoogte en zij weten dan ook dat de meeste brandstoftanks ’s avonds vol zijn.
Hoe gaan de criminelen te werk? Vaak zijn ze met meerdere personen aanwezig. Een staat op de uitkijk terwijl anderen de brandstof stelen. De manier waarop de brandstof uit de tanks wordt gehaald is wisselend. Met een losse slang of via een elektrische vloeistofpomp wordt de brandstof uit de tank gehaald. De brandstof wordt daarna in losse jerrycans meegenomen.

Tips om brandstofdiefstal te voorkomen:

Er zijn verschillende beveiligingssystemen in de handel die brandstofdiefstal beperken:
Afsluitbare tankdop
Er zijn tankdoppen met een slot erin. Ook zijn er tankdoppen met een extern hangslot. Hiermee wordt de toegang tot de tank geblokkeerd.

Vlotterplaat afdekking
Criminelen kunnen ook via een andere manier dan via de tankopening de brandstof stelen. Dat kan ook via de wartelplaat in de brandstoftank. De vlotter is in de brandstoftank gemonteerd via een wartelplaat. De vlotterplaat is door deze wartelmontage eenvoudig los te nemen waardoor de toegang tot de brandstof mogelijk wordt. Door deze wartelplaat af te dekken, wordt het uitnemen van de vlotter onmogelijk.

Tankvulopening blokkeren
Door een korf in de vulopening aan te brengen, wordt het onmogelijk om met een slang in de tank te komen. Overhevelen of leegpompen is dan onmogelijk
Elektronisch brandstof beveiligingssysteem
Een elektronisch brandstof beveiligingssysteem werkt effectiever en beperkt de gevolgschade aanzienlijk. Door een elektronisch brandstof beveiligingssysteem te installeren bewaak je het brandstofniveau. Als het brandstofniveau afwijkend (snel) zakt, wordt een stil alarm of sirenealarm ingeschakeld. Er zijn verschillende soorten verkrijgbaar.
De toegang tot de tank beperken heeft zeker nut. Criminelen zullen de objecten die hiermee uitgerust zijn eerder links laten liggen. Een elektronisch brandstof beveiligingssysteem werkt ook goed, zeker als er goed nagedacht is over de opvolging van een alarmmelding.

Brandstofdiefstal levert financieel verlies, frustratie, vertraging en bedrijfsschade op. Het risico op brandstofdiefstal is te beperken door het aanbrengen van bovengenoemde preventiemiddelen.

Aansprakelijkheid van werkgevers voor ZZP-ers. Dat is toch verzekerd op mijn bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering?

De aansprakelijkheid van werkgevers voor ZZP-ers

In bepaalde sectoren, zoals bijvoorbeeld de bouw, komt het regelmatig voor dat bedrijven ZZP-ers inschakelen. De naam ZZP wekt de indruk dat we te maken hebben met zelfstandigen die helemaal onafhankelijk van de werkgever/degene die hem inschakelt werkzaam zijn. In bepaalde situaties is degene die hem inschakelt wel degelijk aansprakelijk voor schade die een ZZP-er veroorzaakt en voor schade die een ZZP-er zelf lijdt. Er zijn  dantwee zaken die van belang zijn.

Is de ZZP-er een ondergeschikte?

Allereerst moet gekeken worden naar de verhouding tussen de ZZP-er en degene die hem inschakelt. Centraal staat de vraag of de ZZP-er werkzaam is als ondergeschikte. Een ondergeschikte is iemand die onder leiding en gezag van iemand anders werkzaamheden uitvoert. Als je werkt voor een werkgever die zeggenschap heeft over wat en hoe je moet werken, dan ben je een ondergeschikte. Een ondergeschikte hoeft niet per sé in loondienst werkzaam te zijn. Ook een stagiaire, uitzendkracht of ZZP-er kan een ondergeschikte zijn. Dit is geregeld in de artikel 7: 658 lid 4 BW. Het gaat er om dat iemand anders namens de werkgever leiding aan je werk geeft. Een ZZP-er die geheel zelfstandig werkt en alleen gebonden is aan het contract, is geen ondergeschikte van degene voor wie hij werkt.

Welke werkzaamheden verricht de ZZP-er?

Een tweede criterium is de aard van de werkzaamheden die de ZZP-er verricht. In een recente uitspraak heeft de Hoge Raad aangeven dat de zorgplicht van een werkgever(en dus de daaruit voortvloeiende werkgeversaansprakelijkheid) ook van toepassing kan zijn op ZZP-ers die werkzaamheden verrichten die feitelijk tot de uitvoering van het beroep of het bedrijf van opdrachtgever behoren. Dat is niet beperkt tot de kernactiviteiten, het kan ook gaan om ondersteunende activiteiten (facilitaire activiteiten) die bij de gebruikelijke uitvoering van het beroep of bedrijf horen. Dit moet overigens voor het individuele bedrijf beoordeeld worden, er zijn geen algemene regels op dit punt. Als een ZZP-er werkzaamheden uitvoert die normaal gesproken niet worden uitgevoerd door degene die hem inschakelt, dan is er geen sprake van zorgplicht/werkgeversaansprakelijkheid.

Denk bijvoorbeeld aan een ZZP-er die als hovenier wordt ingehuurd om de tuin van een advocatenkantoor te onderhouden of aan een ZZP-er die als timmerman door een manege wordt ingehuurd om een stal te repareren. Dit zijn werkzaamheden die hoogstwaarschijnlijk niet behoren tot de gebruikelijke bedrijfsuitoefening van het betreffende advocatenkantoor c.q. de betreffende manege. De rechtsverhouding is dan te kwalificeren als een overeenkomst van opdracht. Op die situatie is de (werkgevers)aansprakelijkheid van artikel 7:658 lid 4 niet van toepassing.

In wezen gaat het hier ook (indirect) om het criterium van ondergeschiktheid. Als een ZZP-er werkzaamheden uitvoert die binnen de normale uitvoering van het bedrijf of beroep vallen, dan zal dat altijd gaan onder het gezag van de werkgever.

Dekking op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de werkgever/opdrachtgever

In veel polisvoorwaarden staat  bij de kring van verzekerden aangegeven dat de ondergeschikten meeverzekerd zijn. Als een ZZP-er feitelijk als een ondergeschikte werkt, dan is hij dus automatisch meeverzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van het bedrijf dat hem inschakelt, mits de ZZP-er werkzaamheden verricht binnen de verzekerde hoedanigheid /activiteit die op het polisblad is omschreven.

Een ZZP-er heeft dus dezelfde dekking als een werknemer in loondienst, mits hij aangemerkt kan worden als ondergeschikte. In dat geval is schade  aan derden door een ZZP-er gedekt op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

Schade aan een ondergeschikte ZZP-ers (letsel) die verband houdt met het verrichten van activiteiten voor een opdrachtgever/werkgever  is verzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering. In die situatie is er ook sprake van werkgeversaansprakelijkheid. Een ZZP-er die niet als ondergeschikte werkt is een derde in de zin van de polisvoorwaarden. In dat geval is de niet ondergeschikte ZZP-er bij letselschade niet verzekerd op de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van de opdrahtgever/werkgever.

Dekking op bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering van ZZP-er zelf.

Ondergeschikten in loondienst vallen vaak buiten de  verzekering, wat op zich logisch is omdat een ZZP-er geen personeel in loondienst heeft.  Echter ook een ZZP-er kan een andere ZZP-er inschakelen. Als de ingehuurde ZZP-er feitelijk als een ondergeschikte werkt, dan is hij ook een verzekerde in de meeste polisvoorwaarden. En dan is ook de werkgeversaansprakelijkheid van de ZZP-er (schade aan de ZZP-er)die hem inschakelt gedekt.

Maak dus bij het inschakelen van ZZP-ers goede afspraken met elkaar en leg deze vast. Controleer  goed de dekking van je eigen aansprakelijkheidsverzekering mbt het inschakelen van ZZP-ers.

Flexwerkers of tijdelijke krachten in dienst gehad? Controleer dan UWV overzicht van ex-werknemers met ziektewetuitkering

 

Heeft u tijdelijke krachten (flexwerknemers) in dienst gehad vanaf 01-01-2010? Controleer dan extra goed het UWV overzicht van ex-werknemers met een ziektewetuitkering 

 

Wat wijzigt er?

Per 1 januari 2013 is de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid (BeZaVa) ingegaan.  Deze wet staat beter bekend onder de noemer “Modernisering Ziektewet”. Deze wet bestaat uit maatregelen voor flexwerknemers en financiële prikkels voor werkgevers met als doel, een snellere werkhervatting en beperking van de instroom in de Wet Inkomen naar Arbeidsvermogen( WIA). Iedere werkgever krijgt de financiële verantwoordelijkheid voor de uitkeringslast van de Ziektewet en de WGA voor (ex-)werknemers met een tijdelijk dienstverband.

Op dit moment betaalt iedere werkgever een van zijn UWV-sector afhankelijke Ziektewetpremie. En een individuele gedifferentieerde premie voor zijn werknemers die de WGA ingaan (WGA-vast). De premie voor werknemers die ziek uit dienst gaan en in de WGA komen (WGA-flex), is onderdeel van de basispremie WAO/WIA.

Vanaf 1 januari 2014 gaat de werkgever een aparte premie betalen voor de Ziektewet, WGA-vast(vaste werknemers) en WGA-flex(flexwerkers). De wijze van premieberekening is afhankelijk van de hoogte van de loonsom van de werkgever. Kleine werkgevers (tot 10 keer de gemiddelde loonsom) gaan een sectorpremie betalen en grote werkgevers (loonsom > 100 keer gemiddelde loonsom) worden geheel op eigen uitkeringslast beoordeeld. De groep ertussen krijgt te maken met een combinatie uit sectorgemiddelde en eigen uitkeringslast.

In 2016 wordt de premiestelling voor WGA Flex en WGA vast samengevoegd in WGA Totaal. Het is dan ook mogelijk te kiezen voor een publieke verzekering met premiedifferentiatie of uit d epublieke WGA verzekering te treden en eigen risico drager te worden. Het is dan mogelijk een private verzekering af te sluiten.

Waarom wordt er nu opnieuw ingegrepen?

Uit de WIA evaluatie in 2010 bleek dat de maatregelen die in het verleden zijn genomen om de instroom in de WGA te beperken een positief effect hadden op werknemers met een vast dienstverband. Helaas nam de instroom vanuit de Ziektewet door flexwerkers inmiddels zulke vormen aan dat 55% van alle instroom daar vandaan komt. En dat terwijl slechts een zesde van de beroepsbevolking werkt met een flexibel contract en dus in het vangnet terecht kan komen.

Flexwerkers zijn in dit kader uitzendkrachten, werknemers met een tijdelijk contract welke ziek uit dienst gaan, oproepkrachten zonder regelmatige oproep en zieke werklozen. Voor u als werkgever zijn uitzendkrachten alleen van belang als u een uitzendbureau bent. Het uitzendbureau is immers de formele werkgever. Voor alle andere bedrijven zijn de werknemers met een dienstverband voor bepaalde tijd relevant.

De werkgever wordt voor flexwerkers niet geprikkeld om actie te ondernemen als deze met een tijdelijk contract ziek uit dienst gaan. Zowel de Ziektewet als de eventueel daar op volgende WGA uitkering wordt bekostigd uit de sectorpremie. In tegenstelling tot de gedifferentieerde WGA-premie die stijgt of daalt wanneer de instroom in de WGA vanuit vast dienstverband toeneemt of afneemt, merkt de werkgever er nu niets van als hij meer of minder instroom in de Ziektewet of WGA-flex heeft.

Kortgezegd komt het er op neer dat de kans op langdurige arbeidsongeschiktheid in het geval van werknemers met een tijdelijk dienstverband vele malen groter is dan wanneer een medewerker een vast dienstverband heeft. De werkgever draagt hiervoor in beperkte mate financiële verantwoordelijkheid omdat de premie sectoraal wordt bepaald

 

Hoe informeert het UWV u als werkgever?

Het UWV informeert werkgevers over de Ziektewetuitkeringen  en WGA uitkeringen in 2012 met twee aparte brieven. De eerste brief betreft een opgave van (ex) werknemers) die in 2012 een Ziektewetuitkering kregen. Een eerste groep werkgevers heeft deze brief inmiddels ontvangen. De tweede brief betreft een opgave van ex-werknemers die in 2012 een WGA- uitkering kregen. Deze brief wordt op een later tijdstip verstuurd.

 

Wat moet u als werkgever doen met dit overzicht?

In de tot nu toe verzonden overzichten zijn veel fouten geconstateerd. Een voorbeeld hiervan is: Opgave van werknemers die niet bij u als werkgever in dienst zijn geweest. Het is dus erg belangrijk om deze lijsten direct te controleren, omdat u anders een verkeerde premie toegerekend krijgt.

Enkele tips:

  • Binnen vier weken na ontvangst van het overzicht van de Ziektewetuitkeringen die in 2012 door het UWV zijn toegekend aan uw (ex-)werknemers, dient u de bijbehorende beschikkingen op te vragen. Daarvoor kunt u gebruikmaken van de door het UWV geleverde antwoordenvelop.
  • Heeft u de beschikkingen ontvangen? Controleer deze dan samen met een adviseur.
  • Is er reden om bezwaar aan te tekenen? Doe dit binnen zes weken na ontvangst van de beschikkingen.

 

Bijgesloten is een checklist Toekenningen Ziektewet. Deze checklist 26072013Checklist Toekenningen Ziektewet Acture (2) is een handig hulpmiddel bij de controle van overzicht van het UWV.

De gevolgen

Door de invoering van de Wet BeZaVa wordt het voor de werkgever nog belangrijker om regie te hebben op het ziekteverzuim en de WIA-instroom. Wanneer dit er niet is, zullen de kosten voor de werkgever toenemen. Ook voor de groep flexwerkers is een werkgever financieel verantwoordelijk. Voorkomen van verzuim en WIA- instroom wordt nog belangrijker. Het wordt lonend om ook voor flexwerkers re-integratietrajecten te starten

 

U wilt meer informatie of ontvangt uw lijst van het UWV?

Neem dan contact met  op met Hakze Verzekeringen via: 0513 436270 of info@hakzeverzekeringen.nl.